
Nieuw geval van leukemie bij SCID-X1 gentherapie
18 december 2007
Bij een met gentherapie behandeld jongetje met X-SCID is nu, 5 jaar na de behandeling, leukemie ontstaan. Hij was 1 van de 10 patiëntjes die in Londen deelnam aan klinische studie. De onderliggende oorzaak eerder al ontdekt tijdens een vergelijkbare Franse studie. Sindsdien wordt gewerkt aan veiliger behandelmethoden. Het jongetje wordt nu behandeld tegen de leukemie.
Meer duidelijk
Lange tijd bestond onduidelijkheid over de vraag waarom van Franse patiëntjes, die op dezelfde manier met gentherapie behandeld werden, er 4 leukemie ontwikkelden, terwijl dit probleem in Londen niet voorkwam. Nu is in ieder geval duidelijk dat de problemen daadwerkelijk door de destijds gebruikte methode zijn ontstaan.
Behandeling tot nu toe
Kinderen met SCID kunnen met een beenmergtransplantatie behandeld worden. Maar de bijwerkingen als gevolg van afstotingsverschijnselen zijn levensbedreigend. Dertig procent overlijdt uiteindelijk als gevolg van de bijwerkingen. Wanneer geen geschikte donor gevonden kan worden hebben SCID patiënten een levensverwachting van 1 jaar.
De gentherapie: aangepaste beenmerg stamcellen
De gentherapie was er op gericht de beenmerg stamcellen van de patiënten zelf te behandelen door daar een goed werkend gen aan toe te voegen. Zo worden afstotingsverschijnselen zoals bij donorbeenmerg voorkomen. Om een gen toe te voegen aan het erfelijk materiaal is een vervoermiddel nodig: de zogenaamde vector.
Veiliger methoden
Bij de behandeling van SCID werd als vector een onschadelijk gemaakt retrovirus gebruikt. Helaas bouwde dit virus het nieuwe gen op een gevoelige plaats in het erfelijk materiaal in, waardoor andere genen verstoord werden wat de kans op leukemie vergoot.
In de afgelopen jaren ontwikkelden 4 Franse patiëntjes al leukemie. Van hen werden er 3 succesvol behandeld voor de leukemie, terwijl ze van hun SCID gevrijwaard bleven. Dit bracht wetenschappers er toe zogenaamde Q-vectioren te ontwikkelen. Deze schakelen zichzelf na aflevering van het gen uit.
Toekomst
De ontwikkeling van gentherapie voor erfelijk ziekten in Nederland komt door de leukemiegevallen in de Britse en Franse trials niet in gevaar. In de Nederlandse ontwikkelingsprojecten is op dit risico reeds vooruitgelopen en wordt in Europees samenwerkingsverband gebruik gemaakt van nieuwe, veiliger vectoren, zoals de Q-vector. Klinisch onderzoek naar de bruikbaarheid van deze vectoren zal in 2008 van start gaan. Ook voor gentherapie van SCID-X1.