|
|
|
Meer info...
|
Nieuwe nano-test voor terugkerende prostaatkanker5 november 2009 Amerikaanse wetenschappers ontwikkelden een nieuwe test om de stof PSA in het bloed te meten. Met deze nieuwe test kunnen ze veel lagere PSA-waarden meten. De wetenschappers hopen dat deze PSA-waarden kunnen voorspellen of iemand die eerder prostaatkanker had dit nog eens zal krijgen. Amerikaanse wetenschappers gebruikten een nieuwe methode om PSA te meten. Deze methode is 300 keer zo gevoelig als de huidige methoden en is gebaseerd op nanotechnologie. PSA en prostaatkanker
Bij iemand met prostaatkanker wordt soms de hele prostaat verwijderd. Een stijgende PSA-waarde na de operatie is volgens de onderzoekers een teken dat iemand opnieuw prostaatkanker heeft of krijgt. Als de PSA-waarden heel laag blijven, is de kans groot dat de kanker niet terug komt. Terugkerende prostaatkanker voorspellen Na de operatie kan de PSA-waarde met de nu gebruikte methoden vaak niet worden gemeten. De waarde is dan te laag. De nieuwe nano-test kan de hele lage waarden wél meten. De onderzoekers hopen met de test eerder te voorspellen of iemand weer prostaatkanker krijgt. Want ze denken dat als een hele lage PSA-waarde een beetje stijgt, dit al iets zegt over de kans op prostaatkanker. Of het terugkeren van prostaatkanker echt te voorspellen is met deze nieuwe test is nog niet zeker. Het doel van dit onderzoek was vooral om te kijken of de nano-test werkt. In een nieuw onderzoek kijken de wetenschappers of ze inderdaad kunnen voorspellen of iemand wel of niet weer prostaatkanker krijgt. Verder onderzoek Daarom zijn de onderzoekers nu bezig met een onderzoek bij 260 mensen. Daarna willen ze een nog groter onderzoek doen. Het is nog niet zeker of deze nieuwe test uiteindelijk op de markt zal komen. Hoe werkt de nieuwe methode?
Elk magnetisch deeltje werkte samen met een gouddeeltje. Samen klemden ze een PSA-deeltje tussen zich in; ze maakten een soort PSA-sandwich. Met een magneet trokken de wetenschappers de PSA-sandwiches uit het bloed. De volgende stap was te bepalen hoeveel PSA-sandwiches er in totaal waren. De PSA-waarden waren heel laag, dus er waren niet zoveel sandwiches. Daarom was het moeilijk de hoeveelheid PSA te meten. De wetenschappers losten het meetprobleem op de volgende manier op. Ze hadden van tevoren al honderden stukjes DNA aan elk gouddeeltje vastgemaakt. Per PSA-sandwich waren er daarom honderden stukjes DNA. De wetenschappers gebruikten DNA-deeltjes, omdat ze die makkelijk konden scannen met een apparaat. De hoeveelheid DNA-deeltjes gaf aan hoeveel PSA-deeltjes er waren. Auteur: Rick Kwekkeboom, BSc Redactie: Ragna Senf, MSc
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. | |||||||||||||||||||||||
|