|
|
|
Meer info...
|
Trainingskamp tegen asbestkanker6 oktober 2010 Het aantal asbestkankerpatiënten neemt de komende vijf jaar toe. Met chemotherapie is hun levensverwachting krap een jaar. Het Erasmus MC stuurt nu afweercellen op trainingskamp voordat ze in het echt de strijd aangaan met tumorcellen. Schadelijker dan gedacht
Asbestverbod Weliswaar heerst sinds 1993 in Nederland een algeheel asbestverbod, maar ondertussen is het nog volop aanwezig in onder andere gebouwen, wegen en schepen. Bij bijvoorbeeld een brand kunnen asbestvezels vrijkomen die de longen beschadigen. Dit kan leiden tot borstvlieskanker: een ongeneeslijke ziekte die zich in de long- of borstvliezen nestelt. Omdat asbest de voornaamste oorzaak is, staat dit type kanker ook bekend als asbestkanker. Volgens wetenschappelijke berekeningen zullen er tussen 2000 en 2028 ruim 18.000 mensen aan overlijden in Nederland. Dr. Joost Hegmans van de afdeling Longziekten van het Erasmus MC is wetenschappelijk onderzoeker en deskundige in asbestkanker. Hij onderschrijft dat asbest schadelijker is dan tot dusver is gedacht. “In 2015 wordt een piek verwacht in het aantal patiënten. Omdat asbest nu schadelijker blijkt en bovendien het verwijderen van asbest nog steeds niet veilig genoeg verloopt, zal de afname na die piek minder snel zijn dan we een aantal jaar geleden dachten.”
Eerste test patiënten Sinds 2002 werken Hegmans en klinisch projectleider dr. Joachim Aerts met een team van wetenschappers en clinici aan een nieuwe therapeutische aanpak. Ze zetten het eigen immuunsysteem van de patiënt in tegen de ‘asbesttumor’. Dit voorjaar slaagden de onderzoekers erin zowel wetenschappelijk te publiceren als kranten te halen met een door hen ontwikkelde immuuntherapie die voor het eerst in een kleine groep patiënten is getest.
Nieuws Toen het nieuws van de eerste klinische testen de kranten haalde, wilden patiënten weten of ze konden meedoen aan de studie. Helaas moest Hegmans velen teleurstellen. “Het probleem is dat onze methode vereist dat we levende tumorcellen van de patiënt zelf hebben”, legt hij uit. “Die cellen oogsten we uit pleuraal vocht, het vocht tussen de longvliezen dat wordt geprikt (pleurale punctie, red.) voor diagnose. Van tien patiënten kregen wij na toestemming wat er over was aan dit pleuravocht. Maar er zitten niet altijd voldoende tumorcellen in het vocht, ook al is er sprake van kanker. De kankercellen in de tumor die vergroeid zit met long- of borstvliezen, zijn praktisch niet te oogsten.” En zonder tumorcellen van de patiënt kunnen de dendritische afweercellen niet worden getraind buiten het lichaam. Veiligheid immuuntherapie
Hegmans: “We vermoeden dat normaal voorkomende DC’s in de onbehandelde patiënt niet goed tegen de kankercellen zijn opgewassen. Waarschijnlijk komen ze in het begin wel tot actie, maar worden ze op een gegeven moment door de tumor buitenspel gezet. Door de DC’s in een speciaal laboratorium, een clean room, buiten het lichaam als het ware op te laden tegen de tumorcellen, blijken ze terug in het lichaam beter hun werk te doen.” Stabiliseren Ongeveer tien weken na hun chemotherapie kregen de patiënten in hun huid en bloed driemaal injecties met miljoenen getrainde DC’s. De resultaten van deze eerste klinische test waren goed: de methode bleek veilig te zijn en op een CT-scan leken de tumoren zich te stabiliseren. In het lab werd bij zes patiënten waar nog levende tumorcellen voorhanden waren, de anti-tumor-response getest: bij vier patiënten gingen tumorcellen dood dankzij de immuuntherapie. Hegmans: “Over de orde van grootte van de tumoraanpak valt nog niets zeggen. We weten niet of de tumoren zich stabiliseerden door de chemotherapie, de immuuntherapie of de combinatie. Daarvoor is een grote klinische studie nodig.” Maatwerk De immuuntherapie met de DC’s is arbeidsintensief. Het gaat om maatwerk: voor behandeling zijn per individuele patiënt zowel eigen afweercellen als eigen tumorcellen nodig. Hegmans en zijn team onderzoeken nu of het ook mogelijk is tumorcellen van een patiënt met asbestkanker op te kweken tot een universele cellijn, waaruit telkens weer geput kan worden als bron voor tumorcellen voor therapie van andere patiënten. Hegmans: “Dat zou betekenen dat niet meer per patiënt levende tumorcellen geoogst hoeven te worden. Wel moeten er waarschijnlijk meerdere cellijnen komen, omdat er ook verschillende typen asbestkanker bestaan. Mits we financieel steun krijgen, kunnen we dergelijke cellijnen binnen enkele jaren voorhanden hebben.” Daadwerkelijke therapie Hegmans’ onderzoek was tot nu toe mogelijk dankzij subsidie van Stichting Asbestkanker, Stichting Coolsingel, Fonds NutsOhra en het Amerikaanse MARF fonds, opgericht na nine eleven. Nu is het hoog tijd voor structurele financiële steun om tot een daadwerkelijke therapie voor patiënten met asbestkanker te komen, zegt hij. “Asbestkanker is weliswaar een zeldzame vorm van kanker, maar het treft jaarlijks ongeveer 950 nieuwe patiënten. Dit is net zoveel als het aantal verkeersdoden. Waar we op hopen, is dat de overheid behalve in de schaderegeling nu ook gaat investeren in onderzoek naar behandeling van asbestkanker.” Auteur: Chrétienne Vuijst Het originele artikel verscheen eerder in Monitor, het magazine van het Erasmus MC te Rotterdam.
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|