Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Gentherapie
 ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: nieuws Afweerstoornis
 ikoontje: film Duchenne
 ikoontje: tekst Kunstheupen
 ikoontje: filmpje Kunstheupen
 ikoontje: filmpje Leukemie
 ikoontje: tekst Leukemie
 ikoontje: tekst Leverziekten
 ikoontje: tekst Oogziekten
 ikoontje: tekst Reuma
 ikoontje: map RNA interferentie
 ikoontje: tekst Vectoren
 ikoontje: nieuws Wondgenezing

 Folders over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


Losse heupen vastzetten

23 maart 2010

Promovenda Jolanda de Poorter onderzocht het vastzetten van een losse heupprothese met een combinatie van cement en gentherapie. Hiermee kan de oude prothese blijven zitten en blijft patiënten een grote operatie bespaard. Wie een te hoog overlijdensrisico zou hebben bij zo’n grote operatie, kan met deze therapie toch geholpen worden.

Kunstheup
Heupprothese
Tekening van een heupprothese.
Figuur: Wellcome Images

Een versleten heup door artrose kan de eigenaar veel pijn bezorgen. Vervanging door een kunstexemplaar is dan vaak een goede optie. Bij een deel van de mensen laat zo’n kunstheup na verloop van tijd echter los van het bot. Dat komt door slijtage, vertelt promovenda Jolanda de Poorter (34).

“De prothese bestaat uit een deel dat vastzit in het bovenbeen en een deel dat vastzit in het bekken. Een metalen kopje van het ene deel past in een plastic kommetje van het andere deel. Als je loopt slijten er plastic deeltjes af, die een ontstekingsreactie op kunnen wekken omdat ze lichaamsvreemd zijn.” Ter plaatse geroepen ontstekingscellen breken ook een deel van het bot af. Hierdoor kan de prothese steeds losser gaan zitten. “Kunstheupen worden steeds slijtvaster, toch zit na tien jaar bij 5 tot 7 procent van de patiënten de kunstheup niet meer goed vast. Dat kan voor veel pijn zorgen.”

Cement
Vervanging van de kunstheup is dan het beste, maar niet iedereen kan zo’n operatie aan. “Het zijn meestal oudere patiënten en sommige zijn in slechte conditie.” Zo’n vervangingsoperatie is bovendien zwaarder dan de eerste plaatsing. “De kunstheup zit vaak vastgelijmd met een speciaal soort cement en dat moet worden losgemaakt. Zo’n zogenaamde revisieoperatie duurt gemiddeld dan ook 2,5 uur – tegen gemiddeld één uur voor een eerste operatie – en gaat vaak gepaard met fors bloedverlies.”

Gentherapie
Heupoperatie
Heupoperatie
Figuur: Wellcome Images

Voor patiënten die niet in aanmerking komen voor een tweede kunstheup, onderzocht De Poorter een alternatief. “We wilden kijken of we zo’n losgeraakte kunstheup weer vast konden zetten met cement. Het probleem daarbij is dat de ontstekingscellen een soort laagje tussen de prothese en het bot vormen. We dachten dat er daardoor geen plaats zou zijn voor het cement. Daarom bedachten we de gentherapie.”

Zelfdoding
Twaalf proefpersonen ondergingen de experimentele behandeling waarbij mensen een veelvoorkomend verkoudheidsvirus kregen ingespoten in hun heupgewricht. Dat aangepaste virus bevatte een gen dat alle cellen die het infecteert tot zelfdoding aanzet. “Dit is ongevaarlijk, omdat het virus zo groot is dat het in het gewricht blijft zitten. Bovendien hebben we alleen patiënten behandeld die al antistoffen hadden tegen dit virus”, aldus De Poorter.

“De bedoeling is dat met deze gentherapie het ontstekingsweefsel rond de kunstheup wordt afgebroken. Of dat daadwerkelijk gebeurde, konden we helaas niet goed genoeg onderzoeken.” De uitkomsten van deze combinatiebehandeling waren echter positief. Patiënten rapporteerden minder pijn en konden meer lopen dan voorheen.

Cement inbrengen
Röntgenfoto van een kunstheup
Röntgenfoto van een kunstheup.
Figuur: Wellcome Photo Library,
Wellcome Images

Vervolgens werd bij zeven patiënten de losgeraakte kunstheup alleen vastgezet met cementinjecties. Zij krijgen dus geen gentherapie om het ontstekingsweefsel op te ruimen. “We verwachtten aanvankelijk dat het ontstekingsweefsel het inbrengen van cement erg zou belemmeren”, aldus de promovenda. “Maar dat bleek mee te vallen. We konden veel meer cement inbrengen dan we gedacht hadden. Ook deze patiënten hadden na deze operatie minder pijn en konden beter lopen. De groepen zijn te klein om te zien welke behandeling beter is.”

Welke behandeling krijgen patiënten die zich nu melden met een losse kunstheup? De Poorter: “Eerst wordt gekeken of het mogelijk is om de heup te vervangen. Dat is nog altijd bewezen het beste op de lange termijn. Cementinjecties zijn een optie wanneer de kunstheup loszit en het gewenst is om hem vast te zetten – als iemand er geen pijn van heeft is dat bijvoorbeeld niet altijd nodig.”

Stofzuiger
Gentherapie is nog niet doorgedrongen tot de kliniek, omdat niet bewezen is dat het beter is. “Het is ook veel gedoe. Patiënten verblijven er langer voor in het ziekenhuis. Bovendien traden er bijwerkingen op als misselijkheid en leverfunctiestoornissen”, vertelt de promovenda. “In samenwerking met de TU Delft wordt nu gewerkt aan een soort stofzuiger; een flexibel apparaatje dat door een klein boorgaatje naar binnen kan en het ontstekingsweefsel wegzuigt.” Dr. Edward Valstar ontving hier in 2007 een VIDI-subsidie voor.


Jolanda de Poorter promoveerde op 28 januari bij prof. Rob Nelissen (Orthopedie) en prof. Tom Huizinga (Reumatologie) op het proefschrift Gene therapy and cement injection for the treatment of hip prosthesis loosening in elderly patients. Zij is nu in opleiding tot orthopeed bij het HagaZiekenhuis in Den Haag.

Auteur: Raymon Heemskerk
Het originele artikel verscheen eerder in Cicero, het magazine van het LUMC te Leiden.

 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.