|
|
|
Meer info...
|
HIV remmen met RNA-haarspelden4 januari 2010 Het humaan immuun deficiëntie virus (HIV) is een van de bekendste virussen op deze planeet. Veel wetenschappers hebben geprobeerd een behandeling tegen HIV te ontwikkelen, maar een ideale therapie is nog niet gevonden. Dr. Karin von Eije en collega's onderzochten een nieuwe methode om HIV te bestrijden. Von Eije promoveerde daarmee op 17 november aan de Universiteit van Amsterdam.
Het is nog te vroeg om te juichen, maar in de toekomst kan deze methode de mens misschien beschermen tegen HIV en daarmee voorkomen dat mensen AIDS krijgen. De methode die von Eije ontwikkelde is gebaseerd op het zogenaamde RNA interferentie (RNAi). Hoe werkt HIV? HIV is een virus. Virussen zijn een soort ziekteverwekkers. Ze bestaan uit erfelijk materiaal met daar omheen een beschermlaag. Als een virus het lichaam binnenkomt, gaat het op zoek naar een lichaamscel en dringt zichzelf naar binnen. (zie stap 1 in het plaatje) In de cel laat het virus zijn erfelijk materiaal los en bouwt het bij het DNA in. Het DNA bevat de code voor alle erfelijke eigenschappen van het lichaam. Het DNA bevat als het ware de bouwtekeningen van ons lichaam. HIV als opdrachtgever Het genetisch materiaal van HIV wordt ingebouwd in het menselijke DNA. Daarna kopieert de kern, het zogenaamde ‘regelcentrum’ van de cel, de bouwtekeningen. Deze kopieën heten het RNA. De RNA-kopietjes gaan de kern uit, terwijl de echte bouwtekening in de kern achterblijft.
Op de RNA-kopietjes staan opdrachten die de lichaamscel moet gaan uitvoeren. Maar het HIV heeft ervoor gezorgd dat zijn opdrachten er óók op staan. De cel gaat dus ook opdrachten van het HIV uitvoeren, namelijk om heel veel nieuwe virusdeeltjes te maken (zie stap 2 in het plaatje). Na een tijdje zit de lichaamscel vol met HIV-deeltjes (stap 3). De HIV-deeltjes komen dan uit de cel en vormen nieuwe virus deeltjes en gaan daarna op zoek naar nieuwe cellen om binnen te dringen (stap 4). AIDS HIV is een virus dat alleen binnendringt in bepaalde cellen van het afweersysteem. Hierdoor ontstaan problemen met de afweer en wordt iemand vatbaar voor andere ziekteverwekkers. Dit noemen we AIDS. Behandeling Von Eije vertelt: “HIV kan met de huidige middelen goed onder controle worden gehouden.” Maar iemand met HIV slikt het hele leven medicijnen. Daarbij ontstaan vaak bijwerkingen, zoals huiduitslag, diarree en misselijkheid. Ook werken de medicijnen soms na een tijd minder goed. Daarom worden andere behandelingen tegen HIV onderzocht. Eén van deze behandelingen is het gebruik van RNAi en daar heeft Karin von Eije dan ook onderzoek naar gedaan. Wat is RNAi? RNAi is een therapie waarbij de RNA-kopietjes die HIV maakt kapot worden geknipt. Het virus kan dan bijvoorbeeld niet meer vertellen dat de cel nieuwe HIV-deeltjes moet maken. RNA-haarspelden
De RNA-haarspelden sporen de RNA-kopietjes van het HIV op en gaan er aan vast zitten. Hierdoor gaat er een soort alarm af in de cel. De cel herkent hierdoor de RNA-kopieën en knipt ze kapot. RNAi bij HIV Von Eije paste haar kennis over RNA-haarspelden toe om de behandeling te ontwikkelen. De RNA-haarspelden die HIV remmen, zitten normaal gesproken niet in lichaamscellen. Maar cellen kunnen zulke RNA-haarspelden wel maken als speciale DNA-bouwtekeningen voor de RNA-haarspelden worden ingebouwd. “Wij zijn op zoek gegaan naar de best werkende RNA-haarspelden die langdurige virus remming kunnen geven”, zegt ze zelf. Haarspelden in stamcellen van de afweer Von Eije bouwde de RNA-haarspelden niet in alle lichaamscellen in. HIV valt alleen bepaalde cellen van het afweersysteem aan. Met gentherapie (link) krijg je de bouwtekeningen in die afweercellen. De afweer bestaat uit verschillende soorten cellen, die allemaal ontstaan uit één soort stamcel (link). Door de bouwtekening voor RNA-haarspelden in deze stamcel in te bouwen, komt het vanzelf in de goede cellen terecht. HIV: een flexibel virus
Daarom probeerden von Eije en collega’s een RNA-haarspeld in te bouwen die tegen HIV blijft werken, ook als het virus verandert. In sommige stukken van het virus treden niet zo vaak veranderingen op, omdat die essentieel zijn voor de werking van HIV. RNA-haarspelden kunnen deze stukken van de RNA-kopietjes dan blijven herkennen. Von Eije vertelt: “We hebben RNA-haarspelden getest die zich op delen van het virus richten die onmisbaar zijn voor het virus. Dit verlaagt de kans dat het virus kan ontsnappen aan onze RNA-haarspeld therapie.” Verschillende soorten haarspelden “Toch bleek dat één RNA-haarspeld tegen een zeer belangrijke HIV regio niet voldoende was om het virus blijvend te remmen”, aldus von Eije. Het HIV vond toch een manier om onder de druk van de RNA-haarspelden uit te komen. Daarom bouwden de onderzoekers meerdere verschillende RNA-haarspelden in lichaamscellen in. Ze werkten tegen verschillende RNA-kopietjes van belangrijke stukken van het HIV. Dit leidde ertoe dat als het virus de ene haarspeld wist te ontwijken, het alsnog werd gepakt door het andere. “Op deze manier wordt de kans dat het virus kan ontsnappen zeer klein”, zegt von Eije. Het lukte zo om het HIV met deze methode meer dan 100 dagen te remmen in het laboratorium in lichaamscellen. Toekomst
Het bleek dat sommige afweercellen zich een beetje langzamer ontwikkelden. Waarom dit precies gebeurt, is nog onduidelijk. Daarvoor is meer onderzoek nodig. Zo kan de gentherapie verbeterd worden. Als de therapie veilig en werkzaam blijkt in het muizen model, hoopt von Eije dat de therapie ook bij mensen getest kan worden: “Als de behandeling effectief en veilig is, kunnen we de stap naar de mens maken”. Auteur: Rick Kwekkeboom, BSc Redactie: Ragna Senf, MSc Met dank aan dr. Karin von Eije
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. | |||||||||||||||||||||||||||||
|