|
|
|
Meer info...
|
RNA remt kankergen29 april 2010 Eerste succes voor RNA-interferentie bij de behandeling van kanker Amerikaanse wetenschappers hebben een nieuwe techniek gevonden om kankergenen te remmen met behulp van RNA-interferentie. Speciale nanodeeltjes brengen kleine stukjes RNA tot in de tumorcel. De resultaten van de techniek bij een aantal patiënten met huidkanker zijn veelbelovend. RNA-interferentie is een natuurlijk systeem dat de activiteit van ieder willekeurig gen kan remmen. Kleine stukjes dubbelstrengs RNA binden aan een bijpassend messenger RNA (mRNA). De koppeling tussen die twee RNA-moleculen voorkomt dat er een eiwit geproduceerd wordt. Klinkt spannend, maar wat hebben we eraan? Sommige ziekten, zoals kanker, zijn het resultaat van overactieve genen. Met behulp van RNA-interferentie kunnen we die genen gemakkelijk het zwijgen opleggen.
Nog geen behandeling In theorie werkt de nieuwe aanpak van de Amerikanen als volgt: via een infuus circuleren de nanodeeltjes binnen een halfuur in de bloedbaan van een patiënt. Daar speuren zij naar tumorcellen. Als een nanodeeltje speciale receptoren op een tumorcel herkent, begint het met de afgifte van kleine stukjes dubbelstrengs RNA. Dat RNA komt terecht in de tumorcel en remt daar bepaalde kankergenen. Maar werkt het in de praktijk net zo? Om daar achter te komen hebben de wetenschappers hun nanodeeltjes toegediend bij drie patiënten met huidkanker. Zowel voor als na toediening van de nanodeeltjes namen zij een biopt van de tumor. Die biopten werden met elkaar vergeleken. De nanodeeltjes werken specifiek. Na hun reis door de bloedbaan zijn ze alleen aanwezig in tumorcellen en niet in het omliggende weefsel. Ook de RNA-moleculen doen hun werk goed. Aangevallen tumorcellen produceren minder mRNA en eiwit dan hun intacte broertjes en zusjes.
De resultaten zijn veelbelovend, maar een behandeling is er voorlopig nog niet. Uitgebreid onderzoek bij een grote groep patiënten is noodzakelijk. Bovendien weten de Amerikanen nog niet zeker hoe lang de nanodeeltjes in het lichaam doorgaan met de afgifte van kleine stukjes RNA. Zij gaan er nu vanuit dat de nanodeeltjes binnen een maand worden afgebroken. Auteur: Elles Lalieu Dit artikel werd op 23 maart 2010 gepubliceerd op Kennislink onder een Creative Commons licentie.
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|