|
|
|
Meer info...
|
Allergiegevaar gengewassen overschatArthur van ZuylenMet dank aan AMC magazine, AMC Amsterdam Voedselveiligheid is erg belangrijk, maar de regels moeten niet doorslaan. Toch lijkt dat geregeld te gebeuren bij het beoordelen van het allergierisico van genetisch gemodificeerde voeding. Voor sommige tests ontbreekt zelfs een solide wetenschappelijke basis. Dat stelt allergie-expert Ronald van Ree van de AMC-afdeling Experimentele Immunologie in het januarinummer van Nature Biotechnology. In een opiniestuk gooit hij samen met buitenlandse collega’s de knuppel in het transgene maďsveld. Immunoloog Ronald van Ree is geen man die een blad voor de mond neemt. ‘Na de islam en dierproeven liggen weinig onderwerpen in ons land zó gevoelig als genetische modificatie. Transgene gewassen zijn al jaren een heet hangijzer’, aldus de allergie-onderzoeker van de afdeling Experimentele Immunologie. ‘Bij tegenstanders van gengewassen zie ik zelfs een soort religieus conservatisme. En dat leidt al snel tot overtrokken reacties. Genetisch gemodificeerd voedsel zou gerommel met Gods Schepping zijn en zou bijna per definitie tot meer allergieën leiden. Onzin natuurlijk, het is een moderne variant van wat al eeuwen gebeurt: het kruisen van gewassen. Als je dat goed en gecontroleerd doet is het een veilige manier om nieuwe variëteiten te maken – zonder dat allergische patiënten direct extra op hun qui vive moeten zijn.’ Volgens Van Ree is het de hoogste tijd voor wat tegengas: hij hoopt dat de allergierisico’s van gengewassen een evenwichtige beoordeling krijgen. En daarin staat de AMC’er niet alleen, zo blijkt uit een bijna tien pagina’s tellend artikel dat hij onlangs schreef op uitnodiging van Nature Biotechnology. In dit buitengewoon kritische verhaal pleit Van Ree samen met enkele buitenlandse collega-immunologen en artsen voor een realistischere kijk op het gevaar van gengewassen. Onder de auteurs ook kinderarts Hugh Sampson van het Mount Sinai Medical Center in New York, die geldt als één van de wetenschappelijke goeroes op het gebied van voedselallergieën. Hardnekkig misverstand
Vandaar dat bij studies naar nieuwe transgene gewassen ook nauwlettend wordt gekeken naar het allergiegevaar. ‘Volkomen terecht’, vindt Van Ree. ‘Maar helaas heerst er een hardnekkig misverstand dat genetisch gemodificeerde gewassen inherent een grotere kans zouden hebben op allergieën. Het tegendeel lijkt eerder waar: er is tot nu toe nog geen gewas op de markt gekomen dat door genmodificatie allergieproblemen heeft veroorzaakt. Midden jaren negentig gebeurde dat bijna met een gemodificeerde sojaboon die als veevoer gebruikt zou worden. Daaraan was een gen toegevoegd uit de paranoot, waardoor er meer van het aminozuur methionine in zat. Bij tests op het bloedserum van mensen met een paranoot-allergie – een soort lakmoesproef voor allergeniciteit – bleken er reacties op te treden. Vervolgens heeft de Amerikaanse fabrikant het project direct stopgezet. Ook dat was volstrekt terecht. Het is immers spelen met vuur wanneer je componenten aan voeding toevoegt waarvan al bekend is dat ze allergische reacties geven. Zoiets moet je uiteraard nooit willens en wetens doen.’ Wat de AMC-immunoloog en zijn collega’s echter stoort is dat er met twee maten wordt gemeten. Van Ree: ‘De meeste mensen beschouwen kiwi’s als gezonde voeding. Niemand zal het in zijn hoofd halen om 99 procent van de mensen dit fruit te ontnemen omdat minder dan één procent er overgevoelig voor is. Maar volgens de huidige beoordeling van gengewassen zou de kiwi waarschijnlijk nooit geďntroduceerd zijn. Sterker nog: als je de regels consequent doortrekt, zou dit product denk ik alsnog van de markt gehaald worden.’ ‘Wij denken dat je genetisch gemodificeerd voedsel volgens dezelfde criteria moet beoordelen als gewone voeding. Als er geen aanwijzingen zijn dat een ingebouwd gen overeenkomt met een potentieel allergeen, kunnen de voordelen van zo’n nieuw gewas opwegen tegen het nadeel dat een klein percentage van de consumenten er wellicht allergisch voor zou kunnen worden. Net zoals bij gewone voedingsmiddelen of bij geneesmiddelen, waarvan bepaalde bijwerkingen toch ook worden geaccepteerd.’ Goede screening
Hoe dan ook blijft goede screening op mogelijke allergene eigenschappen cruciaal, zoals het voorbeeld van de gemodificeerde sojaboon al duidelijk maakte. Al is men hierin volgens Van Ree soms te ver doorgeslagen. ‘Begrijp me niet verkeerd: de veiligheid van ons voedsel is en blijft een groot goed. Maar doe zo’n risicoscreening dan wel op een goede wetenschappelijke basis. Ons Nature-artikel laat zien dat dit in de praktijk helaas niet altijd gebeurt.’
Deze laatste aanpak – de bioinformatica – moet volgens de AMC’er echter zeker niet worden afgeschreven. ‘Wanneer je op de juiste manier zoekt, bijvoorbeeld met grote eiwitfragmenten van tachtig aminozuren, is het wel degelijk een zinvol en essentieel onderdeel van de screening.’ ‘Een andere relevante testmethode is de pepsine-digestie, waarbij je kijkt hoe stabiel een transgeen eiwit blijft in de maag. Hoe stabieler, des te groter het risico. Labiele eiwitten kunnen hoogstens lokaal een allergische reactie veroorzaken, terwijl stabiele eiwitten dat in het hele lichaam doen. Een derde pijler is het testen op IgE-antistofbinding. Daarbij wordt gekeken of een nieuw voedingseiwit misschien koppelt aan dit type antistof, dat verantwoordelijk is voor allergische reacties. Geen van deze tests kan op zichzelf staan, het gaat om de juiste combinatie. Waar wij voor waarschuwen is dat screeningsmethodes worden geëist die geen solide wetenschappelijke onderbouwing hebben. Dat schept slechts schijnzekerheid en verwarring. Bovendien blokkeert het uiteindelijk de introductie van potentieel goede, nieuwe gewassen.’ Ruggensteun
Hun opiniërende verhaal zal volgens Van Ree ongetwijfeld een staartje krijgen. ‘Ik weet bijvoorbeeld dat ons stuk onlangs is besproken binnen de EFSA, de European Food Safety Authority, die waakt over de voedselveiligheid binnen de Europese Unie. Daar was men not amused, begreep ik al. Da’s heel mooi, want daarmee hebben we bereikt wat we willen: een hernieuwd wetenschappelijk en politiek debat over de veiligheid van genetisch gemodificeerd voedsel. Ik hoop dat iedereen ervan doordrongen raakt dat je allergierisico’s nooit volledig kunt uitsluiten – bij gewoon voedsel niet, en evenmin bij gemodificeerde gewassen. Aanvullend onderzoek zal bepaalde screeningsmethoden een betere onderbouwing dienen te geven. En de politiek zal vervolgens op EU-niveau moeten bepalen welke risico’s aanvaardbaar worden geacht.’ Het originele artikel verscheen eerder in AMC magazine, maart 2008, het magazine van het AMC te Amsterdam Laatst bijgewerkt op 4 maart 2008
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|