|
|
|
Meer info...
|
Nieuw: bloedcellen als fabriekGert-Jan van den BemdMet dank aan Monitor, Erasmus MC Rotterdam Opvallend: een belangrijke strategie tegen de ziekte van Pompe lijkt te komen van een dokter die géén specialist is in spieraandoeningen of lysosomale stapelingsziekten. Prof. dr. Gerard Wagemaker werkt op het terrein van bloed en bloedziekten. Zijn onderzoek is gericht op de biologie en de toepassingen van de stamcellen van de bloedcellen in het beenmerg. Wagemaker geldt dus niet als specialist ten aanzien van spierziekten of lysosomale stapelingsziekten. Toch kan zijn expertise een belangrijke bijdrage leveren aan een nieuwe therapie van de ziekte van Pompe: gentherapie met stamcellen. Stamcellen: speciale cellen in het beenmerg Wagemaker: “Stamcellen zijn speciale cellen in het beenmerg (ze kunnen uitgroeien tot elk celtype dat in het menselijk lichaam voorkomt, red.). Ongeveer één op de 100.000 cellen in het beenmerg is een stamcel. Wij werken voornamelijk met stamcellen die zich ontwikkelen tot bloedcellen.Bloedcellen gaan niet ons hele leven mee, maar moeten regelmatig vervangen worden. De rode bloedcellen hebben een levensduur van zo’n drie maanden, bloedplaatjes blijven ongeveer acht dagen in het bloed en bepaalde witte bloedcellen gaan maar twaalf uur mee. Daarna worden ze afgebroken. Om de afgebroken cellen te vervangen, worden er voortdurend nieuwe bloedcellen gevormd uit de stamcellen in het beenmerg.” Foutloos gen inbrengen Het vermogen van stamcellen om continu cellen in het lichaam te vernieuwen, is volgens Wagemaker een eigenschap die ook zeer bruikbaar kan zijn bij de behandeling van de ziekte van Pompe. “Patiënten met de ziekte van Pompe hebben een foutje in het zure alpha-glucosidase gen. Hierdoor ontstaat een tekort aan het enzym alpha-glucosidase en stapelt zich glycogeen op in de spiercellen. Door een foutloos alpha-glucosidase gen in de stamcellen te brengen, zullen er bloedcellen ontstaan die wel het werkzame enzym kunnen produceren. We gebruiken de bloedcellen dus in feite als fabriek van het enzym, dat vervolgens door de organen die het nodig hebben kan worden opgenomen en gebruikt. Daardoor zal het glycogeen worden afgebroken en kun je spierbeschadigingen voorkomen of tot staan brengen.” Betere scores
Wagemaker: “De eerste resultaten met de stamceltherapie zijn zeer hoopvol. Bij de muizen die met de stamcellen werden ingespoten, werden ademhaling en hartfunctie (de meest levensbedreigende aspecten bij ernstige vormen van de ziekte van Pompe, red.) vrijwel genormaliseerd. Bovendien gingen de skeletspieren beter functioneren. De behandelde muizen konden ook beter hun evenwicht bewaren en hadden meer kracht om zich met hun pootjes vast te klampen.” Procedure optimaliseren “We zijn nu bezig de procedure van de stamceltherapie te optimaliseren. Dat wil zeggen dat we antwoorden zoeken op vragen als: hoeveel stamcellen moeten we toedienen en hoeveel enzym is er minimaal nodig om de verbeteringen te zien? En we willen ook weten wat het beste moment is om de ziekte te gaan behandelen, met als uitgangspunt dat voorkomen beter is dan genezen. Daarnaast bestuderen we, of er bijwerkingen zijn op lange termijn. Tot op dit moment hebben we bij de muizen na een observatie van anderhalf jaar (de levensduur van een muis is ongeveer twee jaar, red.) geen bijwerking van de therapie gezien, dus we gaan zeker op deze weg door in de richting van klinisch onderzoek. Daarvoor is subsidie aangevraagd bij het Programma Translationeel Gentherapeutisch Onderzoek van ZonMW.” Vier jaar Wagemaker verwacht dat het nog een jaar of vier gaat duren voordat de eerste patiënten kunnen worden behandeld met de stamcellen. Virus als vehikel Wagemaker: “Het verzamelen en terugspuiten van stamcellen bij patiënten is niet zo heel ingewikkeld meer. Dergelijke handelingen worden nu al jaarlijks verricht bij ten minste zo’n 10.000 patiënten, bijvoorbeeld tijdens de behandeling van leukemieën. Het alpha-glucosidase gen wordt in de stamcellen gebracht met een virus als vehikel (meestal de virale vector genoemd, waaruit de ziekmakende component is verwijderd en vervangen door het therapeutisch gen, red.). Dat gebeurt door het virus en de stamcellen met elkaar in aanraking te laten komen. Dat is eveneens relatief eenvoudig geworden. Maar deze technieken zijn gebonden aan strenge kwaliteitscontroles en regelgeving. Daarnaast voorzie ik problemen bij de productie van het benodigde virus. De productiecapaciteit van de instellingen in Europa die daar een vergunning voor hebben, is nu onvoldoende om de lopende klinische onderzoeken adequaat te voorzien. De productietechnologie is ook nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Daar moeten oplossingen voor komen. De bouw van een nieuw productiecentrum is een kostbare zaak.” Lagere kosten Wagemaker verwacht dat de kosten voor stamceltherapie uiteindelijk lager zullen zijn dan die van de huidige behandeling. “De huidige enzymtherapie kost circa 400.000 euro per jaar, nog los van de kosten van ziekenhuisopname en specialistische zorg en aanpassingen. Gentherapie via stamcellen brengt de gezondheidszorgkosten terug tot de kosten van een eenmalige interventie. Hoeveel die precies zullen zijn, weten we nog niet, maar in elk geval een fractie van de huidige gezondheidszorgkosten voor deze patiënten.” Het originele artikel verscheen eerder in Monitor, april/mei 2008, het magazine van het Erasmus MC te Rotterdam Laatst bijgewerkt op 9 april 2008
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|