|
|
|
Meer info...
|
Met dank aan prof.dr. René Bernards
|
|
| DNA-chip copyright KWF Kankerbestrijding |
Van DNA naar RNA
Vervolgens is het mogelijk de activiteit van alle genen in een cel te bepalen. Het DNA
bevat de informatie (genen) om eiwitten te maken. Een huidcel maakt andere eiwitten dan
een spiercel. In huidcellen zijn dus andere genen 'actief' dan in spiercellen. Een actief
gen maakt een kopie van zichzelf die uit één streng bestaat: RNA. Dit RNA is nodig voor de
eiwitproductie. Van alle actieve genen bevindt zich dus RNA in de cel. Hoe actiever het
gen, hoe meer RNA. Door nu twee proeven te doen: één met een patiënt en één met een controle
kan bekeken worden welke genen in de patiënt actief zijn en welke niet. En hoe dat
verschilt met de controlepersoon.
Van RNA naar DNA
Het RNA van de patiënt en van de controle krijgen daarvoor een fluorescente marker: een
plakkerige substantie die rood of groen licht uitstraalt. Omdat het RNA een kopie is van
een actief gen, zal het RNA binden aan het stukje DNA in de spot op het glasplaatje, wat
vervolgens rood of groen wordt.
Geen handwerk
Bij de patiënt worden spots met actieve genen bijvoorbeeld rood en bij de controle groen.
Door de patronen die zo ontstaan met een computer te vergelijken (de mens heeft 30.000 genen,
dus met de hand is dit niet te doen) kunnen wetenschappers ontdekken welke genen bij een
ziekte betrokken zijn (rood) en welke niet (groen).
Toepassing - Onnodige therapie voorkomen
Borstkanker kan door een combinatie van fouten in verschillende genen veroorzaakt worden.
Bij sommige borstkankerpatiënten is na het wegsnijden van een tumor de kans groot dat er
uitzaaiingen ontstaan. Bij anderen zal dit bijna zeker niet gebeuren. Op dit moment krijgen
veel vrouwen na het verwijderen van de tumor uit voorzorg chemotherapie om mogelijke
kleine uitzaaiingen te verwijderen. Chemotherapie heeft veel vervelende bijwerkingen en is
voor sommige vrouwen eigenlijk niet nodig. Alleen kan vooraf moeilijk voorspeld worden
welke vrouwen dat zijn.
De eerste test
Het lezen van een DNA-chip
copyright KWF Kankerbestrijding
Sinds kort heeft een Nederlandse onderzoeksgroep van het NKI daar een oplossing voor.
Met behulp van de DNA-chip kunnen ze zien welke genen de tumor hebben veroorzaakt. Uit
ervaring weten ze welke tumoren nabehandeld moeten worden met chemotherapie en welke niet.
Dit voorkomt dus voor een deel van de vrouwen veel ellende en bespaart ook geld.
Opsporing verzocht: DNA-chip vist naar kankergenen
Onderzoek - weefseldatabanken zeer belangrijk
De DNA chip heeft onderzoek naar ziekten mogelijk gemaakt die door een combinatie van genen
veroorzaakt worden. Om onderzoek mogelijk te maken hebben wetenschappers weefsel nodig van
patiënten waarvan bekend is welke ziekte ze hadden en hoe de ziekte verlopen is.
Nederland beschikt over een aantal zeer goede weefseldatabanken. Aan de ziekten waar veel weefsel van is opgeslagen wordt het meeste onderzoek met de DNA-chip gedaan. Zo heeft de onderzoeksgroep van het NKI een test voor borstkanker ontwikkeld. Aan het Erasmus MC is een test voor leukemie in ontwikkeling en aan het UMC Utrecht een test voor uitzaaiingen van hoofd- en halstumoren.
Wetgeving
Wetenschappers zijn erg voorzichtig met het introduceren van een nieuwe test. Een test
waaruit blijkt dat bij 60 van de 100 patiënten een therapie niet zinvol is, terwijl dat
voor één van hen wel zo is, wordt liever niet gebruikt. Dan krijgen alle 100 patiënten
de therapie uit voorzorg wel. Een nieuwe test moet dus zeer nauwkeurig zijn
Bewaren van weefsel en data over de patiënt in weefseldatabanken is voor dit onderzoek heel belangrijk, maar staat op gespannen voet met de privacywetgeving.
Maatschappelijke consequenties
De DNA-chip maakt een behandeling op maat mogelijk. Hierdoor hoeven patiënten niet
meer onnodig een behandeling voor de zekerheid te ondergaan, zoals tot voor kort het
geval was bij chemotherapie en borstkanker. Dit is niet alleen beter voor de patiënt,
maar ook voor het ziekenhuis omdat de kosten voor chemotherapie erg hoog zijn.
Toekomst - Behandeling op maat
De DNA-chip zal een grote rol spelen in de farmacogenetics, onderzoek naar de relatie
tussen het succes van een medicijn en de genetische achtergrond van de patiënt. Daarbij
wordt gekeken welke medicijnen en therapieën op basis van de erfelijke eigenschappen van
de patiënt de het meeste effect zullen hebben. Deze onderzoeksrichting staat nog in de
kinderschoenen. De test voor borstkanker en chemotherapie is er een van de eerste
voorbeelden van.
Eelco Soeteman
Laatst gewijzigd op 10 augustus 2005
Met dank aan...
Prof. dr. René Bernards, hoofd Moleculaire Carcinogenese aan het Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, te Amsterdam.
Drs. Terry Vrijenhoek, AiO afdeling Humane Genetica van het UMC Nijmegen en voorzitter van GeNeYouS
15 oktober 2009
Een streepjescode voor reumatoïde artritis en multiple sclerose
Een DNA-streepjescode voor reumatoïde artritis en MS biedt mogelijkheden voor behandelingen op maat. ...
28 juni 2007
Genetische test voor spierziekten
Er is een nieuwe test voor enkele van de meest voorkomende erfelijke spierdystrofieën die ...
21 juni 2007
Chip voor kankerdiagnose
Onderzoekers aan de universiteit van Alberta in Canada hebben een chip ontwikkeld die kan ...
7 juni 2007
Onderzoek naar ziekmakend DNA met DNA-chips
Bij een grootschalige studie in Engeland hebben onderzoekers het DNA van 17.000 personen met ...
11 september 2006
Nieuwe test voor donorbloed
Een nieuwe methode bepaald vanaf nu welk donorbloed het meest geschikt is voor een ...
28 augustus 2006
DNA-chip maakt snelle diagnose (vogel)griep mogelijk
Amerikaanse wetenschappers van de universiteit van Colorado hebben een DNA-chip ontwikkeld waarmee verschillende influenza ...
10 augustus 2006
DNA chip test noodzaak chemo voor vroege vorm longkanker
De behandeling van vroeg ontdekte niet-kleincellige longkanker is onderwerp van veel onderzoek. Deze veel ...
|
|
0900-6655566 25 cent per minuut ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur |
|
|
| erfolijn@erfocentrum.nl |
|
Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.
|