|
|
|
Meer info...
|
BiomedicijnenMedicijnen gemaakt met behulp van biotechnologie. Je zou ze biomedicijnen kunnen noemen. In de praktijk wordt er onderscheid gemaakt tussen biopharmaceuticals, biologicals en biosimilars. Allemaal Engelse termen, waar maar moeilijk een Nederlandse vertaling voor te bedenken is. Biopharmaceuticals
In alle gevallen worden de producten in een fabriek geproduceerd. Eiwitten die bijvoorbeeld uit bloed gezuiverd worden zijn geen biopharmaceuticals. Vaak worden voor de productie cellen, weefsels of dieren ingezet waarvan het erfelijk materiaal is aangepast. Het gaat dan om recombinant DNA geneesmiddelen. Het eerste bekende biopharmaceutical was recombinant menselijk insuline, dat in 1982 op de markt kwam voor de behandeling van diabetes. Biologics
Voorbeelden van biologics zijn vaccins, bloedproducten, moleculen die met het immuunsysteem te maken hebben zoals antistoffen, genmedicijnen, recombinant DNA medicijnen, cellen en weefsels. Biosimilars
In het geval van Biosimilars is dit echter niet zo vanzelfsprekend. Biologics zijn namelijk vaak zeer complex en farmaceuten die ze na willen maken hebben niet de beschikking over originele moleculen en cellijnen en missen de informatie over de het zuiveren van de producten. Kleine veranderingen van biologics, onzuiverheden en bijproducten kunnen serieuze bijwerkingen veroorzaken. Daarom is het in de Verenigde Staten en Europese Unie niet toegestaan Biosimilars te ontwikkelen op een vergelijkbare manier waarop dat gebeurt met conventionele medicijnen. In de Europese Unie is daarvoor speciale wetgeving ontwikkeld. Eelco Soeteman
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|