Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Antistoffen
 ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: nieuws Astma
 ikoontje: tekst Botafbraak
 ikoontje: nieuws Darmontsteking
 ikoontje: tekst Diabetes type 1
 ikoontje: tekst Reuma
 ikoontje: nieuws Malaria
 ikoontje: map Vaccinatie
 ikoontje: nieuws Roken
 ikoontje: nieuws Vogelgriep
 ikoontje: film Vogelgriep

 Folders over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


Halt aan botafbraak

Ellen Spierings
Met dank aan Cicero, LUMC Leiden

Boterosie bij reumatoïde artritis kan weer herstellen, en is te vertragen door gebruik van Denosumab. Met die mededelingen stond dr. Désirée van der Heijde (Reumatologie) op 14 juni op een groot Europees reumacongres. Een nieuwe behandeling voor reumapatiënten ligt in het verschiet.

Reuma
dr. Désirée van der Heijde
dr. Désirée van der Heijde

Boterosie is een van de gevolgen van reuma. Het afweersysteem van de patiënt veroorzaakt ontstekingen in de gewrichten, waardoor het bot langzaam aangetast raakt. Denosumab is een medicijn in ontwikkeling dat deze aantasting van het bot kan vertragen.

Van der Heijde is gespecialiseerd in de beoordeling van röntgenfoto’s bij reumapatiënten. “Op deze foto’s kun je de schade aan de gewrichten goed aflezen. Maar zoals bij alles wat je meet, worden ook hier meetfouten gemaakt.”

Van der Heijde werkte mee aan de tempo-studie, een grootschalig internationaal onderzoek bij 628 patiënten naar de effecten van reumamedicijnen. “Uit dat onderzoek bleek dat er veel patiënten waren die op de foto een afname van de schade lieten zien.

Om te zien of die afname kwam door een echte verbetering of door een meetfout is er verder onderzoek gedaan. We hebben gekeken naar het verband tussen de zwelling in een gewricht, als maat voor de ontsteking, en het verloop van de boterosie in datzelfde gewricht.”

Toch geen meetfouten
Daarmee was Van der Heijde op zoek naar indirect bewijs dat beschadiging van het bot van patiënten zich ook weer kan herstellen. “Er zijn wel eens aanwijzingen geweest dat herstel kan optreden, in de vorm van voorbeelden bij enkele patiënten, maar daarover is altijd veel discussie blijven bestaan.

Meestal wordt een vermindering van boterosie op foto’s afgedaan als een meetfout. In deze studie hebben we alle data door verschillende specialisten los van elkaar laten beoordelen. De een keek naar de boterosie, de ander naar de zwelling in de gewrichten.”

Het bleek dat de boterosie alleen minder werd als ook de zwelling minder was. Vooral als de zwelling was verdwenen zag je herstel van boterosie. Tegelijkertijd was in alle gewrichten die opgezwollen waren de erosie erger geworden.

Van der Heijde: “Omdat er zo’n duidelijke koppeling was tussen erosie en ontsteking kun je niet meer zeggen dat het allemaal meetfouten waren; er is dus wel degelijk sprake van herstel van het bot.”

Röntgen versus MRI
Met haar expertise op het gebied van röntgenbeoordelingen werkte Van der Heijde ook mee aan het onderzoek naar Denosumab. Dit middel blokkeert de activiteit van de osteoclasten.

Osteoclasten zijn de cellen die bij reuma voor boterosie zorgen, doordat ze bot afbreken. Het afweersysteem van de reumapatiënt valt zijn eigen gewrichten aan. Dat doet het onder andere door de osteoclasten te activeren met een signaalstof, RANKL.

RANKL wordt door de cellen van het afweersysteem gemaakt. Als RANKL bindt aan de osteoclasten gaan deze aan de slag met het afbreken van bot. Denosumab bindt zelf aan RANKL en zorgt er zo voor dat het RANKL niet meer aan de osteoclasten kan binden.

Van der Heijde: “Voor het onderzoek dat nu gedaan is zijn de patiënten twee keer ingespoten met Denosumab; één keer aan het begin en na zes maanden nog een keer. Het ging om kleine hoeveelheden: een derde van de groep kreeg 60 mg per keer en de rest 180 mg of een placebo.”

Na zes maanden is met MRI en röntgen gekeken naar de boterosie, na twaalf maanden nog een keer, maar dan alleen met röntgen. Na zes maanden was zowel op de MRI als op de röntgenfoto’s alleen bij 180 mg Denosumab een effect te zien. Bij 60 mg was er pas na twaalf maanden effect.

“Dat met de MRI en röntgen allebei hetzelfde te zien was, is ook een belangrijke bevinding. Veel artsen en onderzoekers denken dat MRI gevoeliger is om de boterosie mee te meten, en dat je het effect van medicijnen dus ook eerder zal zien met MRI. Maar MRI is veel vervelender voor de patiënt dan het maken van een röntgenfoto. Met de röntgenfoto’s ben je in een paar minuten klaar, terwijl het maken van de MRIscan bij dit onderzoek wel anderhalf uur kon duren.”

In het onderzoek naar Denosumab zijn verder geen bijwerkingen van het middel gevonden. De komende jaren gaat producent Amgen verder werken om het middel op de markt te krijgen. Samen met ontstekingsremmers zou het een goede behandeling voor patiënten met reumatoïde artritis kunnen opleveren.

Het originele artikel verscheen eerder in Cicero nr 9, 14 juli 2007, het magazine van het LUMC te Leiden.

Laatst bijgewerkt op 14 juli 2007

 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.