|
|
|
Meer info...
|
Spierzwakte: meer zicht op achtergrond van erfelijke spierziekteHenk HellemaMet dank aan Triakel, UMC Groningen Baby's met die met de erfelijke spierziekte SMA (spinale musculaire atrofie) geboren worden, hebben een slecht perspectief: ze worden steeds zieker en sterven (zeer) jong. Het UMCG is het enige centrum in Nederland waar mensen met een kinderwens, met SMA-patiënten in de familie, zich kunnen laten screenen op dragerschap. Recent is bij de afdeling Klinische Genetica een snelle en gebruiksvriendelijke methode uitgetest, waarmee nog nauwkeuriger naar afwijkend DNA kan worden gekeken. Verloop van SMA
'Deze erfelijke zenuwziekte kan echter ook milder verlopen,' zegt dr. Henny Lemmink, als moleculair-geneticus verbonden aan de sectie DNA-diagnostiek van de afdeling Klinische Genetica. 'Sommigen krijgen pas na een jaar of nog later symptomen van spierslapte. Er zijn patiënten die nooit zelfstandig zullen lopen, maar met gebruik van allerlei hulpmiddelen toch zo'n 30 jaar kunnen worden.' 'Anderen, met de meest milde vorm van SMA, kunnen zonder hulp staan en soms zelfs lopen en hebben een vrij normale levensverwachting. Het beloop en de ernst van de ziekte wordt in hoge mate bepaald door het onderliggende erfelijke defect.' Compensatie
Bij 95 procent van de patiënten met SMA ontbreken twee dezelfde stukjes DNA in een gen op chromosoom vijf. Dat gen speelt een belangrijke rol bij de overleving van zenuwcellen in het ruggenmerg. Het draagt dan ook de naam 'survival motor neuron' gen, afgekort SMN-gen. De mens heeft twee van dergelijke genen: SMN-1 en SMN-2. 'Bij de meeste SMA-patiënten ontbreken dezelfde stukjes DNA. Toch zijn ze niet allemaal even ziek. Hoe kan dat dan? In samenwerking met anderen hebben we aangetoond, dat het verlies van een deel van het SMN-1 gen kan worden gecompenseerd. En wel door het SMN-2 gen. Maar die compensatie is beperkt. Dat komt doordat het SMN-2 gen niet helemáál gelijk aan het 'gezonde' SMN-1 gen blijkt te zijn. Het bevat wel dat DNA-stukje dat in het 'zieke' SMN-1 gen ontbreekt, het lijkt dus compleet, maar verschilt toch in één DNA-base met het 'gezonde' SMN-1 gen.' Overlevingseiwit
Sommige patiënten blijken echter meer dan twee exemplaren van het SMN-2 gen te bezitten — drie of vier. 'En dat kan gunstig zijn. Hoe meer kopieën van het SMN-2 gen aanwezig zijn, hoe meer overlevingseiwit kan worden geproduceerd. En hoe minder ernstig de ziekte kan uitpakken.' DNA-diagnostiek
Als drager van slechts één gen hebben de ouders zelf geen last van spierzwakte. Met het oog op een zwangerschap bieden we de ouders naast erfelijkheidsadvies ook prenatale diagnostiek aan.' Nieuwe methode
'Het aantal SMN-2 genen geeft een ruwe indicatie over het mogelijke verloop van de zenuwziekte. Maar het verband tussen het aantal SMN-2 genen en de ernst van de spierzwakte staat zeker niet voor honderd procent vast. We hebben aanwijzingen dat ook andere, nog onbekende genen het lot van de motorische zenuwcellen in het ruggenmerg bepalen.' Die onzekerheid om het verloop van de ziekte te kunnen voorspellen, is de reden dat deze nieuwe test nog niet aan patiënten wordt aangeboden. 'De test wordt wel ingezet bij het dragerschapsonderzoek.' Afremmen
Toch lijkt het erop dat nieuwe inzichten kunnen helpen de ziekte meer gericht aan te pakken, aldus Lemmink. Hij zegt dit met enige terughoudendheid, aangezien dit onderzoek het laboratorium nog niet is ontgroeid. 'Bij patiënten met een ernstige vorm van SMA is de zenuwschade waarschijnlijk niet meer te herstellen, maar bij patiënten met een mildere vorm mogelijk wel. Men heeft ontdekt dat een middel tegen epilepsie, valproaatzuur, zenuwcellen van SMA-patiënten in een kweekbakje kan stimuleren meer van het overlevingseiwit te produceren.' Zelf zoekt hij een mogelijke behandeling van SMA liever in het stimuleren van nog onbekende bij SMA betrokken genen. Via het screenen van tienduizenden genen wil hij die onbekende spelers op het spoor komen. 'Valproaatzuur is een medicament dat op diverse manieren zijn invloed op het zenuwstelsel doet gelden. Onze benadering zou waarschijnlijk tot een veel specifiekere aanpak kunnen leiden, gericht op een herstel van alleen aangetaste motorische zenuwcellen.' Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2005 Het originele artikel verscheen eerder in Triakel, nummer 3, 24 juli 2005, het magazine van het UMC Groningen.
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|