|
|
|
Meer info...
|
Dressuur voor Trojaans paardRob BuiterMet dank aan AMC Magazine, AMC Amsterdam Het Levercentrum van het AMC heeft een grote subsidie gekregen van ZonMW. ‘Hiermee kunnen we hopelijk over vijf jaar gentherapie naar de kliniek brengen’, zegt moleculair bioloog Piter Bosma. Moeilijk
Maar uit het gegeven dat dit scenario al vele jaren een mooie belofte is en nog geen praktijk, mag al blijken dat er ergens een addertje onder het gras zit. ‘Het zit hem in die laatste fase’, weet moleculair bioloog Piter Bosma van het AMC-Levercentrum. ‘Hoe breng je dat goede gen op de juiste plek?’ Bosma werkt al sinds de jaren negentig aan de erfelijke leverziekte Crigler Najjar. In Nederland leven welgeteld 25 patiënten met deze aandoening. Door een defect gen maken zij geen, of op zijn best veel te weinig, van een enzym dat essentieel is voor de uitscheiding van bilirubine, het afbraakproduct van hemoglobine. Een relatief onschuldig effect van ophopend bilirubine is dat de huid en ook het oogwit geel worden. Veel serieuzer is de mogelijke zenuwschade. Bilirubine is ronduit giftig voor de hersenen. Lichttherapie
Daarom wordt nu door middel van intensief, blauw licht de afbraak van bilirubine gestimuleerd. Dit houdt wel in dat de patiënten letterlijk onder een zonnebank moeten slapen. Huidbeschadigingen zijn het gevolg, om nog maar te zwijgen van het ongemak. Het enige alternatief is vooralsnog een levertransplantatie. ‘Gentherapie is een potentieel aantrekkelijk alternatief’, stelt Bosma. ‘In de jaren negentig helderden we de genetica achter deze ziekte op. Het defect is bekend en ook het goede gen is beschikbaar. Maar hoe krijg je dat gen in de lever, waar de bilirubine verwerkt moet worden?’ Goed op weg
De groep van Bosma heeft in dit geval ingezet op een ‘kreupel’ virus. Het Adeno Associated Virus, AAV, komt in de vrije natuur alleen maar voor samen met het Adenovirus; vandaar de naam. Van zichzelf kan AAV niet delen, alleen maar infecteren. Het virale genoom gaat wel de celkern van de gastheer binnen, maar wordt niet ingebouwd in het genoom. Het wordt dus niet bij iedere celdeling meegenomen tijdens het ‘overschrijven’. Er is al ervaring opgedaan met deze vector bij het onderzoek naar gentherapie tegen hemofilie. In de lever van honden blijkt het virus tenminste negen jaar actief te blijven. Nadeel van het kreupele, niet delende virus is dat je er relatief veel van nodig hebt om genoeg levercellen van een gezond gen te voorzien. Bosma: ‘De eerste stap in ons onderzoek is dan ook de optimalisatie van de vector. Met een lagere dosering van het virus wil je meer expressie van het gezonde gen en dus meer productie van het enzym bewerkstelligen. Een van de problemen was de verdubbeling van het enkelstrengs-DNA van het AAV-virus. Voordat het door ons verbouwde genoom tot expressie kan komen moet het in de cel verdubbelen. Dat is bij ons geoptimaliseerde virus in het lab al gelukt. Ik heb tot nu toe twee model-ratten behandeld met dit geoptimaliseerde AAV. De dosis was drie keer lager dan gebruikelijk en het resultaat was ook nog eens veel beter. We zijn dus al goed op weg met de verbetering van onze vector.’ Afweerreactie voorkomen
‘De afweer blijkt vooral via de T-cellen te verlopen’, weet Bosma. ‘AAV is voor het menselijk immuunsysteem een bekend virus. Er komt dan ook relatief snel een afweerreactie op gang. We moeten dus zorgen dat de afweer de eerste dagen of weken in toom wordt gehouden. Hoe lang dat is, hangt af van de aanwezigheid van het omhulsel van het AAV-virus. Zolang dat zogenoemde capside er is, zal er een afweerreactie op gang komen. Maar kunnen we die periode overbruggen, totdat alleen nog het verbouwde genoom van AAV aanwezig is en niet zijn eiwitmantel, dan zouden we dat probleem kunnen tackelen.’ Zichtbaar enthousiast
‘Als blijkt dat dit fundamentele werk succesvol verloopt, krijgen we ook het toegezegde tweede, nog veel grotere deel van de subsidie voor klinisch onderzoek. Dit project zou moeten eindigen met fase I en II klinische studies, de eerste onderzoeken bij de mens. Met de 25 patiënten die we in Nederland hebben, behandel je in die experimentele fase ook meteen de hele populatie!’ Bosma is zichtbaar enthousiast over het lonkende vooruitzicht van gentherapie in de praktijk; een enthousiasme dat niet noodzakelijk wordt verklaard door de impact van de ziekte. ‘Natuurlijk, bij Crigler Najjar praat je over een potentieel levensbedreigende ziekte. En de enige behandeling die er nu is, buiten een schaarse levertransplantatie, is op zijn zachtst gezegd sociaal invaliderend. Toch blijven het “maar” 25 patiënten in Nederland, enkele honderden wereldwijd. Ik denk echter dat, mochten we hier succes boeken, dit model ook voor veel andere genetische leveraandoeningen bruikbaar kan zijn.’ Het originele artikel verscheen eerder in AMC Magazine, het magazine van het AMC te AMsterdam. Laatst bijgewerkt op april 2007
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|