Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Gentherapie
 ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: nieuws Afweerstoornis
 ikoontje: film Duchenne
 ikoontje: tekst Kunstheupen
 ikoontje: filmpje Kunstheupen
 ikoontje: filmpje Leukemie
 ikoontje: tekst Leukemie
 ikoontje: tekst Leverziekten
 ikoontje: tekst Oogziekten
 ikoontje: tekst Reuma
 ikoontje: map RNA interferentie
 ikoontje: tekst Vectoren
 ikoontje: nieuws Wondgenezing

 Folders over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


ikoontje: map Gentherapie

Met dank aan prof. dr. Hidde J. Haisma

Het idee achter gentherapie is dat mensen die ziek zijn doordat één van hun genen niet goed werkt een nieuw gen krijgen toegediend. Dit idee ontstond al in 1989, maar tot nu toe wordt gentherapie in de praktijk nog weinig toegepast. Hieronder lees je hoe dat precies komt en wat de toekomstperspectieven zijn.


Techniek - kreupele virussen
Om een nieuw gen aan het erfelijk materiaal van een cel toe te voegen is een vervoersmiddel nodig: de vector. Een vector kan een heel klein gouddeeltje of een eiwit zijn. Maar meestal wordt gebruikt gemaakt van virussen, omdat die van nature erfelijk materiaal in cellen inbouwen. Deze virussen worden eerst onschadelijk gemaakt zodat ze zich niet kunnen vermenigvuldigen en geen ziekte meer veroorzaken.

Het gebruik van virusvectoren brengt wel risico's met zich mee. Hoe risicovol een virusvector precies is, hangt af van welk virus gebruikt wordt. Hierover lees je meer bij Onderzoek.

Toepassing - veelbelovend
Gentherapie is nog in een experimentele fase en wordt nog niet breed toegepast. Er zijn positieve resultaten geboekt bij het onderzoek naar de behandeling van X-gebonden SCID en hemofilie B (tekort aan factor IX). Maar twee tegenslagen leidden ertoe dat gentherapie nog niet breed wordt toegepast (je leest daar meer over bij Onderzoek).

Er is één gentherapeutisch product op de Chinese geneesmiddelenmarkt, waarmee huidtumoren in de nek (hals plaveisel carcinoma) worden behandeld in combinatie met radiotherapie. De resultaten zijn goed, maar het is helaas niet precies duidelijk in welke mate dit komt door de radiotherapie of door de gentherapie.

In Leiden loopt op dit moment een klinisch onderzoek die de toepasbaarheid van gentherapie onderzoekt voor het vastzetten van losgeraakte kunstheupen.

Onderzoek - afhankelijk van academische centra
Het meeste onderzoek naar de mogelijkheden van gentherapie wordt gedaan voor kanker en ziekten die door één defect gen veroorzaakt worden (monogene ziekten), zoals X-gebonden SCID, hemofilie en taaislijmziekte (Cystische fibrose).

X-gebonden SCID
Wanneer werkende genen met gentherapie aan het DNA van een patiënt worden toegevoegd, worden andere genen en hun controlemechanismen soms verplaatst. Dat dit gevaarlijk is bleek in 2001.

Tweeëneenhalf jaar eerder waren een aantal X-gebonden SCID patiënten gentherapeutisch behandeld met retrovirussen. Retrovirussen bouwen het nieuwe gen in het DNA. Later bleek de therapie bij drie van de patiënten leukemie veroorzaakt te hebben. Het nieuwe gen verstoorde de werking van een ander gen, waardoor de cellen ongecontroleerd gingen groeien. Twee van de patiënten konden voor hun leukemie met succes behandeld worden en één niet.

Ondanks dat de overige patiënten genezen waren, was dit een grote tegenvaller en reden voor verschillende landen om het onderzoek naar gentherapie met retrovirussen tijdelijk stop te zetten.

Kanker
Bij het onderzoek naar de behandeling van kanker ontstaan minder problemen met het verstoren van genen. Bij dit onderzoek worden DNA-virussen ingezet, welke het nieuwe gen los in de cel brengen. Hierdoor blijven de nieuwe genen korter aanwezig in de cellen dan wanneer retrovirussen het inbouwen in het DNA.

Maar dat is bij de behandeling van kanker geen probleem, omdat het juist de bedoeling is de tumorcellen af te laten sterven, zodat de genen maar kort hun werk hoeven te doen. Maar ook het gebruik van DNA-virussen is niet zonder risico.

In september 1999 zorgde de injectie van DNA-virussen voor een immunologische reactie, waaraan de patiënt na vier dagen overleed. Achteraf bleek dat bij deze patiënt met een leveraandoening een veel te hoge dosis was toegediend.

Vervoermiddel
Tot nu toe was een van de beperkingen van gentherapie dat alleen kleinere genen in de virussen vervoerd konden worden. Manuel Gonçalvas, promovendus bij de afdeling Moleculaire Celbiologie van het LUMC te Leiden, berichtte medio mei 2005 dat hij gebruik maakte van meerdere virussen om het gen dat betrokken is bij de spierziekte Duchenne in cellen te brengen. Dit gen is het grootste van het menselijk genoom en paste tot nu toe niet in een virus. Gentherapie voor Duchenne lijkt hierdoor een beetje dichterbij gekomen.

Wetgeving
Gentherapie is een onontgonnen gebied binnen de wetenschap, waardoor over de risico's weinig bekend is. Wanneer een toekomstige behandeling wordt getest op mensen kunnen de gevolgen onomkeerbaar zijn, omdat het erfelijke materiaal word veranderd. Het is daarom verboden om voortplantingscellen met behulp van gentherapie te veranderen, zodat het veranderde genetische materiaal niet doorgegeven kan worden aan volgende generaties.

Verder mag er in Nederland alleen getest worden nadat er een uitgebreide risicoanalyse is gedaan. De gebruikte vectoren moeten onschadelijk zijn, en de optimale dosis wordt eerst in proefdieren getest. Er wordt ook gezorgd dat alleen de proefpersoon met het onderzochte erfelijke materiaal in contact kan komen en dat het niet in de omgeving van deze persoon terecht komt. Wanneer aan de regels wordt voldaan, wordt er voor het onderzoek een vergunning gegeven.

Bij het verlenen van de vergunningen zijn verschillende instanties betrokken. Een overzicht van verleende vergunningen staat op de website van het ministerie van VROM. Wanneer gentherapie in de praktijk wordt getest op mensen, is de wet Medisch Wetenschappelijk onderzoek van toepassing, waarin de rechten van proefpersonen worden beschermd.

Maatschappelijke consequenties
Er is een kleine kans dat genetisch materiaal dat voor gentherapie wordt gebruikt buiten de patiënt terecht komt. Bijvoorbeeld doordat genen per ongeluk in voortplantingscellen ingebouwd worden of via het zweet van de proefpersoon.

Dit is ook al onbedoeld gebeurd tijdens onderzoek. Er bestaat dus een kans dat schadelijke genen die door gentherapie zijn ingebouwd door worden gegeven aan anderen. Daarom is er strenge wetgeving en er wordt gecontroleerd voordat een vergunning voor het onderzoek wordt gegeven. Ook tijdens en na het onderzoek worden de proefpatiënten gecontroleerd.

Er zijn tot nu toe voor zover bekend geen bedreigende situaties voor de volksgezondheid ontstaan door onderzoek naar gentherapie.

Toekomst
Het belangrijkste onderzoek is erop gericht de optimale vector te vinden voor het inbouwen van een gen in DNA. Dit kan voor elke aandoening een andere vector zijn. Speciale aandacht is er voor lysosomale stapelingsziekten en bijvoorbeeld voor vetstofwisselingsziekten waarbij het gen voor LPL niet werkt (LPL-deficiëntie). Medio 2005 zal voor deze laatste aandoening gentherapie klinisch worden getest in Amsterdam.

In het voorjaar van 2005 zullen in het Universitait Medisch Centrum Utrecht op de afdeling Hematologie 10 patiënten met bloed- of lymfeklierkanker worden behandeld met gentherapie. Deze studie zal twee jaar in beslag nemen.

DNA reparatie
Een nieuwe ontwikkeling is dat wordt bekeken of defecte genen gerepareerd kunnen worden zonder nieuw DNA in te bouwen. Zo wordt voorkomen dat genen en controlemechanismen verplaatst worden zoals bij het gebruik van retrovirussen.

Nieuwe vectoren
Ook nieuw is de inzet van Lentivirussen. Deze virussen kunnen ook niet delende cellen binnengaan, zoals hersencellen en zenuwcellen.

Onderzoek naar gentherapie zonder virusvector (maar met bijvoorbeeld gouddeeltjes) is met name gericht op Duchenne (een erfelijke spierziekte), ischemie en hemofilie.

Eelco Soeteman
Laatst gewijzigd op 2 mei 2006

Met dank aan prof.dr. Hidde J. Haisma, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Gentherapie.

Nieuws over gentherapie
Warning: include(../../../data/connect_biomedisch.inc) [function.include]: failed to open stream: No such file or directory in /home/biomedisch/domains/biomedisch.nl/public_html/tekst/gentherapie.php on line 195

Warning: include(../../../data/connect_biomedisch.inc) [function.include]: failed to open stream: No such file or directory in /home/biomedisch/domains/biomedisch.nl/public_html/tekst/gentherapie.php on line 195

Warning: include() [function.include]: Failed opening '../../../data/connect_biomedisch.inc' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/biomedisch/domains/biomedisch.nl/public_html/tekst/gentherapie.php on line 195

Warning: mysql_query() [function.mysql-query]: Access denied for user 'apache'@'localhost' (using password: NO) in /home/biomedisch/domains/biomedisch.nl/public_html/tekst/gentherapie.php on line 200

Warning: mysql_query() [function.mysql-query]: A link to the server could not be established in /home/biomedisch/domains/biomedisch.nl/public_html/tekst/gentherapie.php on line 200

Warning: mysql_fetch_array(): supplied argument is not a valid MySQL result resource in /home/biomedisch/domains/biomedisch.nl/public_html/tekst/gentherapie.php on line 201

 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.