|
|
|
Meer info...
|
De psychologie van testen op HuntingtonEelco SoetemanOf je een erfelijke ziekte hebt of niet? De een wil dat graag weten, de ander bedankt ervoor. Voor sommige aandoeningen kan op basis van het erfelijk materiaal met grote zekerheid vastgesteld worden of iemand een ziekte onder de leden heeft. Reinier Timman heeft de psychologische aspecten van testen op Huntington onderzocht.
Testen of niet?
De ziekte van Huntington is zo'n erfelijke aandoening waar nog geen behandeling voor mogelijk is. De eerste symptomen openbaren zich gemiddeld rond het veertigste levensjaar. Eerder of later kan ook, maar iedere drager wordt ooit ziek. Iemand met Huntington heeft geen controle meer over de spieren. Maar ook verstandelijk gaat een patiënt achteruit. En vaak leidt men aan psychische symptomen, het karakter verandert. Dit alles wordt steeds erger tot de patiënt na gemiddeld achttien jaar overlijdt. In Nederland hebben ongeveer 1300 mensen de ziekte van Huntington. Een behandeling bestaat nog niet. Kinderen van ouders met Huntington hebben 50 procent kans om de ziekte te erven. Vanaf hun achttiende mogen zij zich laten testen. En dan rijst de vraag: wil ik het weten of niet? Ja of nee, voor beide antwoorden valt iets te zeggen. Wanneer je het weet kun je je er op instellen, je voorbereiden, afscheid nemen en misschien die dingen doen die je anders voor je uitgeschoven had. Aan de andere kant: wanneer je het niet weet hoef je je nergens zorgen om te maken, kun je nog even doen alsof er niets aan de hand is. En misschien is is er ook wel niets aan de hand! Hoop doet leven. De oorzaak
Grote schok
Gendragers en hun partners waren in eerste instantie erg geschokt en aangeslagen, al werd hun toekomstvisie op langere termijn wat optimistischer. Bij het naderen van de aanvangsleeftijd van de ziekte nam het pessimisme weer toe. Betere nazorg
Hij pleit daarom voor betere ondersteuning van geteste gendragers en hun partners. Timman: 'het probleem is dat de mensen die je gaandeweg het onderzoek kwijtraakt, juist de mensen zijn waar je zorgen om zou moeten maken. Zij scoren hoog op bijvoorbeeld hopeloosheidgevoel. Dit zijn dan ook vaak mensen die wat minder sterk in hun schoenen staan.' Een Zweedse arts bouwt voor en na de uitslag door intensief contact een min of meer persoonlijke band op met de patiënten. Daardoor zoeken relatief veel patiënten hem na de test toch weer op. Timman hoopt dat deze aanpak ook in Nederland ingezet kan worden. Volgens Timman doen Nederlandse artsen er nu ook al veel aan om mensen te helpen na een slechte uitslag. Zo kunnen zij altijd terugkomen voor hulp en ondersteuning. Maar het gaat juist fout als mensen door de slechte uitslag niets meer met de medische zorg in het algemeen te maken willen hebben. 'Sommige mensen schieten in een verdedigingsmechanisme nadat ze horen dat ze Huntington hebben. Ze willen niets meer met de boodschappers van het slechte nieuws te maken hebben.' Laatst bijgewerkt op 16 juni 2006
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|