Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Stamcellen
 ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: tekst Embryonale cellen
 ikoontje: tekst Hart
 ikoontje: film Hartinfarct
 ikoontje: tekst Ziekte van Hurler
 ikoontje: film Ziekte van Hurler
 ikoontje: tekst Kanker
 ikoontje: tekst Lymfeklierkanker
 ikoontje: tekst Spierherstel
 ikoontje: tekst Stamcelbronnen
 ikoontje: tekst Stamcelopslag
 ikoontje: tekst Transplantatie

 Brochures over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


Stamcellen voor Hurler

Pieter Lomans
Met dank aan Scan, UMC Utrecht

Tien jaar geleden haalden kinderen met de ziekte van Hurler de tien jaar meestal niet. De stofwisselingsziekte, veroorzaakt door een defect gen, vergiftigt langzaam alle lichaamscellen. Na de teleurstellende enzymtherapie lijken stamceltransplantaties nu echt goed te werken. Immunoloog Nico Wulffraat publiceert binnenkort de resultaten van een groot Europees onderzoek.


Bij de geboorte is het niet meteen duidelijk, maar daarna zet het verval langzaam maar onmiskenbaar in. 'De baby krijgt een waterhoofd, hersenfuncties gaan sluipend achteruit en er ontstaan hart- en longproblemen', zegt immunoloog Nico Wulffraat.

'Ook lever, milt en skelet worden aangetast. Eigenlijk werkt bij patiëntjes met de ziekte van Hurler geen enkel orgaan zoals het hoort. De chronische aftakeling zorgt voor een bijzonder beroerd leven en de patiënten overlijden meestal binnen vijf, zes jaar.'

Afvalverwerking geblokkeerd
Wulffraat schetst hiermee de situatie tot halverwege de jaren negentig. Tegen Hurler – een erfelijke stofwisselingsziekte – was tot dan geen enkel kruid gewassen. Hurlerpatiënten missen het enzym alfa-iduronidase, omdat ze van vader en moeder een defect gen voor dit enzym hebben meegekregen.

Het enzym is echter noodzakelijk om de stapeling van bepaalde suikers in de lichaamscellen op te ruimen. Er ontstaat een uitdijende berg vuilnis, die het normale werk in de cellen steeds moeilijker maakt. De cellen gaan steeds slechter functioneren. Uiteindelijk overlijden patiënten met Hurler binnen een jaar of zes, zeven aan de gevolgen van die geblokkeerde afvalverwerking.

Enzymtherapie
Aan het eind van de vorige eeuw kwam er een eind aan de machteloosheid waarmee medici vanaf de zijlijn moesten toekijken. Wulffraat: 'Een enzymtekort is in principe op te heffen. Zodra er een enzymtherapie voor Hurler was ontwikkeld, zijn we die gaan toepassen. Iedere week krijgt de patiënt via het infuus het enzym toegediend.

Maar de therapie heeft twee grote nadelen. Op de eerste plaats is ze met ongeveer honderdvijftigduizend euro per jaar nogal duur. En erger nog: het enzym is zo groot dat het de barrière tussen de bloedbaan en de hersenen niet kan passeren. Het enzym bereikt de hersenen dus niet.

Zelfs al stopt de therapie het lichamelijke verval, de aantasting van de hersenen gaat onverminderd door. Jaarlijks knaagt het cellulaire afval in de neuronen twintig punten van het IQ af. Ook de aansturing van het lichaam ontspoort steeds verder. Enzymtherapie is dus geen afdoende oplossing.'


Transplanteren
Daar staat dan tegenover dat een beenmergtransplantatie wél werkt. Kinderen die zo'n transplantatie krijgen, verbeteren spectaculair. Wat het therapeutisch enzym niet lukte, kan de stamcel kennelijk wel: de bloedhersenbarrière passeren. 'Dat is nooit bewezen', zegt Wulffraat, 'maar het kan bijna niet anders.

We denken dat de stamcellen zich in het hele lichaam nestelen. Omdat deze donorstamcellen wél het enzym alfa-iduronidase maken en zich bovendien snel vermenigvuldigen, kan het lichaam weer beginnen met de afvalverwerking. Dat is – voorlopig – onze verklaring voor het opmerkelijke herstel van de getransplanteerde patiënten.'

De beenmergtransplantatie is een vrij nieuwe behandeling. Wereldwijd zijn nu ongeveer vierhonderd kinderen op deze manier behandeld, van wie meer dan tien in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) – het Nederlandse centrum voor Hurlerpatiënten. Wulffraat en collega's inventariseren momenteel hoe de diverse centra die transplantaties uitvoeren en wat de resultaten zijn.

'Om de beste behandeling op te sporen en zo mogelijk Europese richtlijnen te ontwikkelen', zegt Wulffraat. Binnenkort publiceren ze de eerste gegevens. In hun onderzoek zagen ze dat 116 van de 144 getransplanteerde Hurlerpatiënten bleven leven. Als richtlijn geldt nu, dat baby's ouder dan tweeënhalf jaar niet meer getransplanteerd worden. Dan is de ziekte al te ver gevorderd en de winst te klein.

ikoontje: map Meer over stamcellen

ikoontje: tekst Klinisch onderzoek naar stamcellen
Meer over de Hebe-trial, het klinisch onderzoek naar het effect van beenmergstamcellen op het herstel na een hartinfarct.


Nuttige navelstrengen
'Op dit moment ligt op onze transplantatieafdeling een baby van een jaar met Hurler, die vorige week stamcellen uit navelstrengbloed heeft gekregen', zegt Wulfraat. 'Het gebruik van navelstrengbloed is de laatste jaren sterk in opkomst.

Bij beenmergtransplantaties zoek je naar een verwante donor met stamcellen die niet door de ontvanger worden afgestoten. Lukt dat niet, dan zoek je in de beschikbare databanken zo'n donor buiten de familie. Vinden we geen honderd procent identieke donor, dan gebruiken we de laatste jaren steeds vaker navelstrengbloed voor transplantaties bij Hurler.'

Navelstrengbloed heeft als voordeel, dat het stamcellen bevat die nog wat naïever en plooibaarder zijn dan de stamcellen uit het beenmerg. Navelstrengstamcellen slaan dus iets makkelijker aan. Daar staat tegenover dat de hoeveelheid navelstrengbloed beperkt is: op is op. Terwijl je een beenmergdonor eventueel nog om een tweede donatie kunt vragen.

Wulffraat: 'In de praktijk zoeken we nu gelijktijdig naar stamcellen uit beenmerg en navelstrengbloed. De stamcellen met de beste papieren vragen we op bij Europdonor als het om beenmerg gaat en bij Eurocord als ze in navelstrengbloed zitten.'

Stamcellen uit de navelstreng worden opgeslagen in stamcelbanken
ikoontje: tekst Meer over stamcelbanken

Verder onderzoek: geen afstoting?
Wulffraat: 'Stamcellen heb je in soorten en maten. Je hebt bijvoorbeeld de hematopoëtische stamcel, waaruit zich bloedplaatjes en rode en witte bloedcellen ontwikkelen. Voor ons onderzoek gebruiken we echter de mesenchymale stamcel. Dat is een hele vroege, nog weinig ontwikkelde stamcel, waaruit bijvoorbeeld hartspieren, kraakbeen, bot en hersenweefsel ontstaan.'

De mesenchymale stamcel is bijzonder 'hot'. Cardiologen onderzoeken of ze deze stamcel kunnen gebruiken om afgestorven hartweefsel te vervangen. Biotechnologiebedrijven zoals Isotis testen de mogelijkheden om er bruikbaar bot en kraakbeen voor patiënten van te maken. Daar komt nog bij dat de mesenchymale stamcel ook een sterk dempend effect op het afweersysteem lijkt te hebben.

Enige tijd geleden beschreef The Lancet hoe een ernstige afstotingsreactie bij een kind kon worden bedwongen door transplantatie van mesenchymale stamcellen.

'Die mesenchymale stamcellen moeten eerst uit het beenmerg van gezonde muizen worden gehaald', zegt Wulffraat. 'Als dat is gebeurd willen we deze stamcellen – zonder genetische veranderingen – aan Hurlermuizen geven. Ook al wijken de antigenen van gezonde en Hurlermuis van elkaar af. Normaal geeft dat onmiddellijk ernstige afstotingsreacties, maar bij deze naïeve, mesenchymale stamcellen lijkt geen afstoting op te treden.'

Iedereen donor
Klopt dat idee, dan zijn deze stamcellen kennelijk zo promiscue, dat ze zonder problemen van vader naar zoon of van moeder naar dochter zijn te transplanteren. 'Misschien kunnen we zelfs stamcellen van onverwante donoren gebruiken', zegt Wulffraat. 'Dat zou niet alleen de behandeling van Hurlerpatiënten ingrijpend veranderen, maar een aardverschuiving teweegbrengen in de transplantatiegeneeskunde. Want dan is er altijd een donor in de buurt!'

Het originele artikel verscheen eerder in Scan 5, november 2005, het magazine van het UMC Utrecht.

Laatst bijgewerkt op 4 januari 2006


 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.