Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Immuunceltherapie  ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: tekst asbestkanker
 ikoontje: tekst beenmergkanker
 ikoontje: tekst huidkanker
 ikoontje: tekst leukemie
 ikoontje: tekst slokdarmkanker

 Folders over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


Afweercellen aan het werk

Els van den Brink
Met dank aan Cicero, LUMC Leiden

Een bedrag van ruim één miljoen euro is door ZonMW toegekend aan LUMC-onderzoeker dr. Mirjam Heemskerk en haar collega’s van de afdeling Hematologie. Het geld is bedoeld om resultaten van eerder gentherapeutisch onderzoek verder te ontwikkelen en daadwerkelijk toe te passen bij de behandeling van leukemiepatiënten.

Moeilijker en ingewikkelder
Gentherapie klinkt heel magisch”, zegt Heemskerks collega, prof. dr. Fred Falkenburg. “Het leek eerst makkelijk en veelbelovend, maar uiteindelijk bleek het veel moeilijker en ingewikkelder te zijn, vanwege technische problemen en potentiële risico’s.” Vandaar dat aan Heemskerks project al veel voorwerk vooraf is gegaan.

De ZonMW-subsidie is bedoeld om nog een paar laatste technische aspecten uit te zoeken en vervolgens de stap te zetten naar de toepassing bij patiënten. “Dan zullen we zien hoe realistisch het is om dit in te zetten als behandeling”, zegt Falkenburg.

Bloedkanker
Heemskerk en Falkenburg doen onderzoek naar een nieuwe behandelingsmethode voor kwaadaardige tumoren in het bloedvormend systeem, zoals leukemie of de ziekte van Kahler. Omdat bij deze patiënten hun eigen bloedvormend systeem niet meer werkt, krijgen ze stamcellen getransplanteerd van een gezonde donor (meestal een familielid).

ikoontje: film Christine Mummery vertelt over de toepassing van stamcellen en leukemie

Zo ontstaat een nieuw bloedvormend systeem, inclusief een nieuw afweersysteem. Dat brengt het risico met zich mee dat de getransplanteerde (donor)afweercellen lichaamscellen van de patiënt kunnen gaan aanvallen: graft-versus-host-ziekte.

Die kan de patiënt uiteindelijk zelfs fataal worden en daarom worden uit voorzorg deze afweercellen, de T-cellen, vooraf uit het transplantaat verwijderd. Zo ontstaat er geen graft-versus-host-ziekte, maar jammer genoeg ook geen graft-versus-tumor-effect. T-cellen kunnen namelijk ook tumorcellen aanvallen en daarmee de laatste tumorrestjes opruimen.


T-cellen creëren
Heemskerk en Falkenburg bedachten daarom een manier om door gentherapie T-cellen te creëren die wel het positieve graft-versus-tumor-effect geven, maar niet het negatieve graft-versus-host-effect.

Omdat het lastig om alleen de tumorcellen te herkennen, bedachten de onderzoekers dat de T-cellen zich zouden kunnen richten op het complete bloedvormende systeem van de patiënt, als het daarbij het getransplanteerde bloedvormende systeem van de donor maar intact laat.

Antigenen
Daarbij maakten ze gebruik van de zogenaamde minor histocompatibility antigenen. Voor een goede transplantatie moeten de major antigenen (denk bijvoorbeeld aan bloedgroepen) van de donor en de patiënt hetzelfde zijn, maar de minor antigenen kunnen verschillen.

Heemskerk ging op zoek naar T-cellen die zich specifiek richten op minor antigenen die alleen op het bloedvormend systeem aanwezig zijn. Samen met haar collega Marieke Griffioen isoleerde ze uit deze T-cellen de T-celreceptor, het eiwit dat zorgt voor de specificiteit, en plaatste dat door gentherapie over in andere T-cellen.


Langer tumorcellen aanvallen
Heemskerk kwam op het idee om hiervoor alleen T-cellen te gebruiken die gericht zijn tegen bepaalde virussen, het Epstein-Barr-virus en het cytomegalovirus. Kenmerkend voor deze virussen is dat iedereen ze levenslang bij zich draagt. Vandaar dat de T-cellen tegen deze virussen in vrij grote hoeveelheden in het bloed voorkomen.

Na de gentherapie kunnen deze T-cellen niet alleen virusdeeltjes aanvallen, maar ook cellen uit het bloedvormend systeem met de specifieke minor antigenen, waaronder de tumorcellen.

Heemskerk legt uit: “Doordat die virusdeeltjes continu aanwezig zijn, overleven deze T-cellen langer en kunnen ze dus langer tumorcellen aanvallen. Omgekeerd is het ook gunstig dat ze de virusdeeltjes opruimen, omdat patiënten na de transplantatie een verminderde afweer hebben.”

Ouderen
“Door de behandeling met deze specifieke T-cellen na een stamceltransplantatie zonder T-cellen hebben patiënten een minder intensieve voorbehandeling nodig en ze hebben minder kans op de graft-versushost- ziekte. Daardoor kan deze behandeling ook bij oudere mensen worden toegepast”, vertelt Falkenburg enthousiast.

“De uiteindelijke behandeling is relatief simpel. Na de stamceltransplantatie bekijken we bij patiënt en donor welke minor antigenen precies aanwezig zijn en isoleren we virusspecifieke T-cellen van de donor.

We rekenen een dag of tien voor de gentherapie en daarna zal het voor de patiënt een eenvoudige poliklinische behandeling zijn met een infuus met een zakje cellen.” Zover is het nu nog niet, maar met de nieuwe subsidie hopen de onderzoekers over een jaar of vijf dat punt wel te bereiken.

Het originele artikel verscheen eerder in Cicero, het magazine van het LUMC te Leiden.

Laatst bijgewerkt op juni 2007

 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.