|
|
|
Meer info...
|
Immuunceltherapie: Koorddansen tussen leven en doodAndrea HijmansMet dank aan AMC Magazine, AMC Amsterdam
Chronische Lymfatische Leukemie
Patiënten met Chronische Lymfatische Leukemie (CLL) doen het aanvankelijk misschien goed, maar uiteindelijk overlijden ze toch aan de ziekte of aan complicaties, en soms zelfs aan de behandeling zelf’, zegt hematoloog in opleiding Arnon Kater. ‘Bij ongeveer eenderde van de patiënten is bovendien sprake van een snel verloop van de aandoening; de gezondheidstoestand van die groep gaat vaak al na korte tijd hard achteruit.’ Woekering kwaadaardige afweercellen
Chemotherapie kan de klachten tijdelijk verlichten, maar de ziekte gaat er niet mee weg. ‘En omdat CLL vooral ouderen treft‘, aldus Kater, ‘moet je daarbij erg uitkijken. Toxiciteit is een probleem, we willen natuurlijk niet dat de behandeling erger is dan de kwaal zelf.’ Waarom werkt chemotherapie zo slecht? Omdat er, legt hoogleraar Hematologie Rien van Oers uit, geen sprake is van een explosie van foute cellen. ‘De kwaadaardige B-lymfocyten vermenigvuldigen zich nauwelijks sneller dan de normale variant. Chemotherapie richt zich op sneldelende cellen en slaat dan ook niet echt aan. Zelfvernietiging
Dat opblazen heet in jargon apoptose, geprogrammeerde celdood. Een manier van het lichaam om cellen op te ruimen waar iets mis mee is. Als te veel schade is ontstaan, worden dergelijke cellen gedwongen tot zelfvernietiging. Bij CLL sluipt er een fout in dit mechanisme. Het gevolg: een ophoping van gemankeerde zelfmoordenaars in het bloed. Stealth-bommenwerpers
Het meest ideale: de eigen afweer inzetten. ‘De ontspoorde B-lymfocyten bevinden zich voortdurend in de nabijheid van andere cellen van het immuunsysteem. In principe vormen ze dus een uitstekend doelwit. T-cellen, de politieagenten van de afweer, zouden eigenlijk elk foutje in zo’n lymfocyt meteen moeten opmerken en afstraffen.’ Maar de praktijk is anders. CLL-cellen maken gebruik van een aantal ‘James Bondachtige listen’ om aan het immuunsysteem te ontsnappen. Zo scheiden ze bijvoorbeeld stofjes uit waardoor T-cellen min of meer bedwelmd raken. Undercover
Die onzichtbaarheid ontstaat door het uitblijven van zogenaamde co-stimulatoire signalen.‘Uiteraard is het niet de bedoeling dat het immuunsysteem in actie komt tegen alle lichaamsvreemde stoffen. Om te voorkomen dat het ook reageert op bijvoorbeeld voedsel of stofdeeltjes uit de lucht, moet de afweer niet alleen een seintje krijgen dat een vreemd element is binnengedrongen, maar ook dat het daarbij gaat om een gevaarlijke stof. Alarmbellen
CLL-cellen brengen deze co-stimulatoire eiwitten echter nauwelijks tot expressie, en daarom ontsnappen ze aan de aandacht van patrouillerende T-cellen.’ Cytomegalovirus
Zij gebruikten daarvoor het cytomegalovirus (CMV), één van de ziekteverwekkers die wij levenslang bij ons dragen maar die zelden problemen veroorzaken. Weliswaar kan de afweer het virus na een eerste besmetting niet helemaal vernietigen, maar gespecialiseerde T-cellen kunnen wel voorkomen dat het CMV ons opnieuw ziek maakt. Toeval
Aanvankelijk dachten we dat deze T-cellen misschien de aanval inzetten tegen de leukemie - een (vruchteloze) poging van het lichaam om de ziekte te overwinnen. Nadere analyse leerde echter dat het vrijwel louter ging om T-cellen gericht tegen CMV. Die bovendien heel effectief waren, want het virus zelf was niet meer aantoonbaar in het bloed.’ Immuuntherapie
‘In het lab werkt het prima’, aldus Kater. ‘Je hebt maar een paar CMV-moleculen nodig om een efficiënte afweerreactie te ontketenen. We hebben dus proof of principle, deze vorm van immuuntherapie werkt. Maar voor die daadwerkelijk toegepast kan worden in patiënten is uiteraard nog heel veel onderzoek nodig.’ Undercover-cel ontmaskerd
Recentelijk lukte dat in de Verenigde Staten met behulp van zogenaamde gentransfectie. Daarbij wordt een stukje DNA dat codeert voor een belangrijk co-stimulatoir molecuul ingebracht in CLL-cellen via een speciaal daarvoor ontwikkeld virus. Uiteindelijk resulteert dit in de aanmaak van meerdere co-stimulatoire eiwitten op het celmembraan. De undercover-lymfocyt is daarmee ontmaskerd en kan worden opgeruimd.’ Geslaagde klinische trial
‘Eigenlijk tot ieders verbazing’, zegt Kater. ‘Door herstel van de co-stimulatie, weten we uit eerder onderzoek, neemt het aantal apoptose-remmende moleculen toe en ontstaat een verminderde gevoeligheid voor chemotherapie. Logisch, want als een cel alarmsignalen moet afgeven - ‘Hier dreigt gevaar!’- is het niet handig als hij tegelijkertijd in apoptose gaat. Natuurlijk zal co-stimulatie van kankercellen op den duur ook leiden tot een immuunreactie. Maar dat duurt even – de betreffende T-cellen moeten eerst de tijd krijgen om de pas ontdekte vijand te spotten en een goede aanval voor te bereiden. Vooral de snelheid waarmee de opruimactie op gang kwam verbaasde ons dan ook.’ Nadere analyse van apoptose in leukemiecellen diende opheldering te verschaffen. Vooral een kwestie van het turven van pro- en anti-apoptotische eiwitten, van remmende en stimulerende factoren. Koorddansen
Met andere woorden: de zelfmoordpreventie verbeterde. Maar daarnaast bleek sprake van een forse stijging van één enkel eiwit dat cellen juist gevoeliger maakt voor geprogrammeerde celdood. Blijkbaar is dat voldoende om de balans naar de goede kant te doen doorslaan. Therapeutisch koorddansen tussen leven en dood – wellicht biedt dat aanknopingspunten voor toekomstig behandelbeleid.’ Het originele artikel verscheen eerder in AMC Magazine, het magazine van het AMC te Amsterdam. Laatst bijgewerkt op februari 2006
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|