|
|
|
Meer info...
|
Prognosetest voor uitzaaiing borstkanker wint acceptatieAstrid van de GraafMet dank aan Diagned Begin dit jaar heeft de FDA de MammaPrint – een microarray test voor borstkanker – van het Amsterdamse bedrijf Agendia goedgekeurd. Dit betekent een doorbraak voor de microarray diagnostiek en voor de behandeling van borstkanker, iets wat één op de 10 vrouwen overkomt.
De MammaPrint voorspelt de kans op terugkeer van borstkanker en daarmee of een aanvullende chemotherapie noodzakelijk is. Een prognosetest voor darmkanker volgt binnenkort. Omslag
“Maar er is een omslag merkbaar. De acceptatie van microarray diagnostiek neemt duidelijk toe.” Tijdens een drukbezochte workshop over de MammaPrint op de conferentie van de European Society of Medical Oncology zei 66 procent van de aanwezigen dat ze de test voor (een deel van) hun patiënten zouden willen inzetten.
”Dat wil nog niet zeggen dat ze het doen.” Maar Van ’t Veer begrijpt het wel: ”Een moleculaire test vergt veel expertise en is niet even zelf te doen.” Bovendien wordt de test slechts voor individuele gevallen door de zorgverzekeraars vergoed. Agendia is daarom in gesprek met verzekeraars en overheid om de test op te nemen in het standaard zorgpakket, zodat elke patiënt er profijt van heeft. Het zit hem in de genen
Dit maakt dat de MammaPrint beter uitzaaiing voorspelt dan de klassieke klinische diagnose die wordt gebaseerd op kenmerken als leeftijd van de patiënt, diameter van de tumor en actief delende cellen. Dit zijn allemaal secundaire parameters. Uitslag binnen één week
Alle vertrouwen
“Biomarkers en genetische tests worden steeds belangrijker in het stellen van de diagnose, prognose en behandeling. Dat zien verzekeraars ook. Zo kun je te weten komen of een nieuwe therapie werkelijk aan de juiste patiënt wordt gegeven. Moderniseren
Er zijn ook plannen om de ziekenhuizen zelf de test te laten uitvoeren. “We denken daarvoor aan een soort blackbox-test waar de prognose direct uitrolt. Daarvoor zijn we al in overleg met diagnostische bedrijven die dergelijke technologie in huis hebben. De diagnostiek kan drastisch moderniseren,” aldus Van ’t Veer.
Voor de menopauze
Van ’t Veer: “De test is eerst ontwikkeld voor vrouwen vóór de menopauze, omdat bij deze groep een hoger percentage agressieve tumorvormen voorkomt. Om ze zo goed mogelijk te behandelen krijgen ze eerder chemotherapie voorgeschreven. Dat is een zware behandeling met veel nare bijwerkingen. Wij willen een groep identificeren waarbij dit echt noodzakelijk is. Hormoontherapie
Startup naar succes
De klinische winst voor patiënten is zo groot dat we de test zo snel mogelijk beschikbaar willen hebben. Het is duidelijk dat voor dit soort ontwikkelingen een start-up nodig is. Er is veel wetenschappelijke input nodig om er een commerciële test van te maken.” Succes
“De FDA vond dat de test zodanige invloed op de behandeling heeft dat het onder hun verantwoordelijkheid van veiligheid en effectiviteit viel. De goedkeuring maakte de FDA zelf bekend via een persfilm. Een mooier promotie kun je je haast niet bedenken.” Nieuwe microarray’s
“Voor de behandeling is dat heel belangrijk. Elke tumor heeft zijn eigen kenmerken. Wordt bijvoorbeeld een tumor in de halsklier aangetroffen met een actieve oestrogeenreceptor dan is deze afkomstig van een borsttumor en goed hormonaal te behandelen.” Darmkanker
“Met de ColoPrint kunnen we een groep identificeren die een hoogrisico op uitzaaiingen heeft, waardoor chemotherapie ineens wel een effectieve behandeloptie wordt.” Een volgende stap is een test die niet alleen het risico van uitzaaiingen voorspelt maar ook welke chemo- of hormoontherapie het meest effectief is. “Je kijkt dan bijvoorbeeld niet naar 70 genen maar naar 500 tegelijk, geïntegreerd in één test. Tijdens een grootschalige Europese studie onder de naam MINDACT trial waaraan 6000 borstkankerpatiënten deelnemen, gaan we hiervoor gegevens verzamelen en de microarray test verder valideren.” Op de resultaten hoeven we volgens Van ’t Veer niet zo heel lang te wachten: over vijf jaar kan een therapietest al realiteit zijn. Het originele artikel verscheen eerder in Diagned juni 2007, het magazine van de overkoepelende organisatie in vitro diagnostiek Laatst gewijzigd op: juni 2007
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|