Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Stamcellen
 ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: tekst Embryonale cellen
 ikoontje: tekst Hart
 ikoontje: film Hartinfarct
 ikoontje: tekst Ziekte van Hurler
 ikoontje: film Ziekte van Hurler
 ikoontje: tekst Kanker
 ikoontje: tekst Lymfeklierkanker
 ikoontje: tekst Spierherstel
 ikoontje: tekst Stamcelbronnen
 ikoontje: tekst Stamcelopslag
 ikoontje: tekst Transplantatie

 Brochures over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


Nieuwe stamcellen trekken aan de rem

Karen Broekhuizen
Met dank aan Cicero, LUMC Leiden

Beenmergtransplantatie roept vaak een ernstige reactie op, bekend als graft-versus-host. De toegediende beenmergcellen herkennen weefsels van de ontvanger als vreemd en breken ze af. Afweeronderdrukkende medicijnen moeten dat voorkomen maar helpen soms niet voldoende en geven bovendien bijwerkingen. Leidse onderzoekers passen sinds kort een nieuwe therapie toe: ándere stamcellen, die de schadelijke reactie remmen.

Na chemotherapie rest patiënten met leukemie, lymfeklierkanker of andere bloedziekten nog één behandeling: het bloed vervangen. Dat gebeurt dan ook, door middel van een beenmergtransplantatie. Een noodgreep: lichaamsvreemde stamcellen moeten als nieuwe bewoners in het beenmerg van de patiënt het roer overnemen.

Lichaamsvreemd
Zo'n transplantatie gaat niet zonder slag of stoot. De ernstigste complicatie is de graft-versus-host reactie. Het donorbeenmerg bevat bloedvormende stamcellen, die later kunnen uitgroeien tot elke willekeurige bloedcel. Bij de graft-versus-host reactie herkennen enkele reeds volwassen bloedcellen uit het transplantaat weefsels van de ontvanger als lichaamsvreemd.

Mesenchymale stamcellen
In het ergste geval raken meerdere organen beschadigd en dat is een levensbedreigende situatie. Dan moet de arts afweeronderdrukkende medicijnen inzetten, die vaak moeilijk te behandelen infecties als bijwerking hebben. Als deze medicijnen niet werken is er voor deze groep patiënten nu een alternatief: het toedienen van een ander soort stamcellen, mesenchymale stamcellen (MSC's).

Mesenchymale stamcellen komen ook uit het beenmerg en zijn als het ware de voedingsbodem voor de bloedvormende stamcellen. Men vermoedde al langer dat MSC's bruikbaar zouden kunnen zijn, maar onderzoek daarnaar was tot twee jaar geleden beperkt tot het laboratorium.

Toen deden Zweedse onderzoekers verslag van een behandeling in The Lancet. De eerste patiënt met een therapieresistente graft-versus-host reactie was daar behandeld met MSC's en wat bleek: de reactie verdween totaal.

Juist op dat moment schreef men in Leiden het eerste protocol voor de toepassing van deze cellen bij patiënten. 'Het verschijnen van die publicatie voelde als wind in de rug', aldus dr. Lynne Ball en dr. Arjan Lankester, samen met prof. dr. Maarten Egeler nauw betrokken bij de studie.

Vijf patiënten
De drie zijn als kinderarts verbonden aan het Willem-Alexander Kind- & Jeugdcentrum in het LUMC. Dit is een van de twee centra in Nederland waar beenmergtransplantaties worden uitgevoerd bij kinderen. 'De laatste jaren is het razendsnel gegaan', vertelt Lankester. Inmiddels zijn er in Europa al 25 patiënten behandeld met MSC's, van wie vijf in Leiden. Een patiënt komt in aanmerking voor de behandeling zodra de graft-versus-host reactie niet vermindert door afweeronderdrukkende middelen.

Restcellen
'Aangezien de oorspronkelijke beenmergdonor lastig te traceren is, kiezen we dan een van de ouders als donor. We doen een aantal puncties om cellen te oogsten en in het laboratorium duurt het dan nog twee weken voordat de juiste hoeveelheid cellen is bereikt,' legt Ball uit. Soms is twee weken te lang. In dat geval worden 'restcellen' uit het laboratorium gebruikt. 'Die zijn over van een andere behandeling en direct klaar voor gebruik.'

Baanbrekend
'Baanbrekend en innovatief' noemt Lankester de therapie die op dit moment binnen Nederland alleen in Leiden wordt toegepast en patiënten van heinde en ver trekt. Ook al zijn er nog weinig patiënten behandeld, de onderzoekers zijn enthousiast over de resultaten. 'Bij twee van de vijf patiënten is de graft-versus-host reactie verdwenen.Bij een andere patiënt is de reactie aan het minderen, maar is het te kort geleden om al conclusies te trekken.'

Leiden staat niet alleen. Onderzoekers uit Zweden, Pavia, Genua en Leiden werken samen in een consortium met één doel: een succesvolle behandeling met MSC's. 'We zijn geen concurrenten, we wisselen kennis uit en kijken bij elkaar de kunst af', aldus Ball. 'Het is belangrijk dat zowel het onderzoek als het toedienen van de cellen in elk medisch centrum op dezelfde manier geschiedt. Daarom nemen we geregeld een kijkje bij elkaar.'

Lankester: 'Leiden loopt voorop en dat is mede te danken aan faciliteiten als het centrum voor stamceltherapie, waar dr. Helene Roelofs en prof. dr. Wim Fibbe zich al jaren intensief met de MSC's bezighouden.'

Snellere nesteling
Waarom eigenlijk niet bloedvormende stamcellen én MSC's toedienen tijdens de beenmergtransplantatie? 'Te veel kosten en moeite,' verklaren de onderzoekers. Uiteindelijk heeft maar een kleine groep patiënten die cellen echt nodig. Maar zo'n heel rare gedachte blijkt het niet te zijn.

Uit ander onderzoek bleek al dat MSC's ook zorgen voor een snellere nesteling van de nieuwe beenmergcellen. Voor moeizame transplantaties lijkt de cotransplantatie dus wel een optie. Lankester: 'Bijvoorbeeld bij een transplantatie van niet-gelijkend beenmerg van een ouder of bij transplantatie van weinig cellen, zoals bij een navelstrengbloedtransplantatie. In dat geval slaat het nieuwe beenmerg erg moeizaam aan en kan het toevoegen van MSC's dit proces versnellen.'

Vier van de vijf patiënten die een beenmergtransplantatie met niet-gelijkend beenmerg van de ouder ondergingen, lieten al zien dat de cellen op deze manier sneller hechten. Voorlopige resultaten geven dus moed.

Het originele artikel verscheen eerder in Cicero 5, april 2006, het magazine van het LUMC te Leiden.

Laatst bijgewerkt op 11 juli 2006


 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.