|
|
|
Meer info...
|
Voorspellende variatiesWilly van StrienMet dank aan Cicero, LUMC Leiden Voor reumapatiënten bestaan verschillende medicijnen: sommige met veel bijwerkingen, andere met minder. Een geliefd middel met milde bijwerkingen, methotrexaat (MTX), werkt slechts bij de helft van de patiënten. Een dilemma voor artsen: hoe voorspel je voor wie methotrexaat voldoende is en wie er vervelendere middelen bij moet slikken? Genetisch onderzoek biedt hulp. Maatwerk is natuurlijk het mooist – niet alleen voor kleding, maar ook in de kliniek. Voor elke patiënt een behandeling die is toegesneden op zijn persoonlijke eigenschappen. Maar waar een kleermaker alle maten die hij nodig heeft kan opmeten, heeft een arts te maken met erfelijke eigenschappen die vaak niet direct zichtbaar zijn, maar die wel het beloop van een ziekte of de reactie op medicijnen kunnen bepalen. Dan is het moeilijk om een op het individu afgestemde behandeling te geven. Voor patiënten met reumatoïde artritis is de mogelijkheid van maatwerk nu een stapje dichterbij gekomen dankzij de samenwerking tussen reumatoloog prof. dr. Tom Huizinga, prof. dr. Henk-Jan Guchelaar (hoogleraar klinische farmacie) en ziekenhuisapotheker Judith Wessels, die promotieonderzoek doet bij de afdeling Klinische Farmacie en Toxicologie onder begeleiding van beide hoogleraren. 'We werken nu anderhalf jaar samen en zijn veel verder gekomen dan ik voor mogelijk had gehouden', zegt Huizinga. Een artikel over het onderzoek verscheen vorige maand in Arthritis and Rheumatism, een tweede publicatie komt eraan. Favoriet middel
'De gewrichten lopen steeds meer schade op. Als je dat proces van ontsteking en afweer vroeg stopt, kun je die schade voorkómen of beperken. Bovendien heb je dan een grotere kans dat de ziekte tot rust komt.' Voor- en nadelen
Methotrexaat
Dilemma
Maar geeft hij alle nieuwe patiënten een combinatie van methotrexaat en een ander middel, dan zit de helft van de patiënten met bijwerkingen die niet nodig waren geweest. Daarom willen reumatologen kunnen voorspellen bij wie methotrexaat alléén voldoende is en wie nog een ander middel erbij nodig heeft. 'We weten al dat mannen, slanke mensen en mensen die minder lang of minder ernstig reuma hebben, gemiddeld beter op methotrexaat reageren. Maar dat is nog onvoldoende om de goede behandeling te kunnen kiezen.' Daarom wil hij er nu ook farmacogenetische gegevens bij betrekken: erfelijke eigenschappen die de werking van een geneesmiddel beïnvloeden. En dat is het werkterrein van Judith Wessels. De genen in
Methotrexaat bestaat al heel lang als medicijn tegen kanker. Het grijpt in op de zogenoemde folaatcyclus, een samenhangende reeks processen waarbij de bouwstenen voor dna worden gevormd. Methotrexaat remt enzymen die daarbij zijn betrokken. Het gevolg is dat tumorcellen zich niet meer kunnen delen, want elke dochtercel zou dan een totaal dna-pakket moeten krijgen en dat kan niet meer gemaakt worden.
'De eerste hypothese waarvan ik ben uitgegaan is dat methotrexaat op deze manier ook de aanmaak van afweercellen tegengaat. Maar dat idee was omstreden, want reumatologen geven het middel eenmaal per week in een zeer lage dosis en men kon zich niet voorstellen dat dat genoeg is om de celdeling te remmen.'
In de literatuur zocht Wessels beschrijvingen van de enzymen en van klinisch belangrijke genetische variaties erin. Die variaties zijn terug te voeren op variaties in de genen die voor de enzymen coderen. Wessels bekeek tot nu toe tien variaties in acht genen. Ze kon er vrij snel achter komen of die variaties de werking van methotrexaat beïnvloeden, omdat er al een prachtig patiëntenbestand beschikbaar was. Biobank
Er waren mensen bij die een half jaar lang alleen methotrexaat geslikt hadden en na drie maanden en zes maanden was op een gestandaardiseerde manier gemeten hoe actief de ziekte was. 'De deelnemende artsen hadden veel werk verricht en wij mochten hun gegevens gebruiken', zegt Wessels. In het bloed van de patiënten bekeek zij de tien genvariaties en toen kon ze de variaties vergelijken met het resultaat van de methotrexaatbehandeling. Ze gebruikte gegevens van ongeveer tweehonderd personen. Onderbouwing
'Dat moet haast wel betekenen dat methotrexaat op beide manieren zijn werkzaamheid uitoefent', zegt Huizinga. 'Dat is op zich al een mooie vondst.' Bij ongeveer eenderde van de patiënten heeft methotrexaat bijwerkingen, meestal milde. Sommige mensen worden er wat misselijk van; er is een kans op longproblemen, maar die kans is heel klein; en er is een kans op leverklachten, maar die zijn met foliumzuur (vitamine b11) te voorkómen. Patiënten vinden bijwerkingen vooral een bezwaar als het medicijn weinig helpt. Ongeveer 5 procent van de patiënten stopt met methotrexaat vanwege de bijwerkingen. Wessels vond ook twee genvarianten die de kans op bijwerkingen vergroten. De onderzoekers willen al die nieuwe genetische kennis integreren met wat men al wist over de reactie van patiënten op methotrexaat en dan een model maken waarmee een reumatoloog de effectiviteit van het medicijn voor elke afzonderlijke patiënt kan voorspellen. Dan kan hij in samenspraak met die patiënt een goed onderbouwde beslissing nemen over de aanpak van vroege reuma: alleen methotrexaat of nog een middel erbij. Maar eerst gaan de onderzoekers extra genetische kennis vergaren; Wessels zal nog verschillende enzymen onderzoeken. Het originele artikel verscheen eerder in Cicero 7, juni 2006, het magazine van het LUMC te Leiden. Laatst bijgewerkt op 19 juni 2006
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|