|
|
|
Meer info...
|
Een duur succesFrank van KolfschootenMet dank aan AMC Magazine, AMC Amsterdam Het scheelde maar weinig of het Amerikaanse biotech bedrijf IDEC Pharmaceuticals was failliet gegaan aan zijn eigen vondst, een experimenteel geneesmiddel voor het non-Hodgkin-lymfoom (NHL). Dit medicament was zo duur, dat het de grootste moeite kostte om het te testen op een voldoende aantal patiënten. Effectief is het middel echter wel. Onlangs maakte een trial onder leiding van de hematologen prof. Rien van Oers (AMC) en prof. Ton Hagenbeek (AMC/UMCU) duidelijk dat rituximab, zoals de stof heet, de behandeling van de meest voorkomende variant van NHL spectaculair kan verbeteren. Het non-Hodgkin-lymfoom
Hun B-cellen zijn op hol geslagen en ze kampen met klachten als opgezette lymfeklieren, lever en milt, en soms ook koorts, nachtzweten, gewichtsverlies en vermoeidheid. Cytostaticabehandelingen kunnen deze ontsporing bij de meesten wel enige tijd in het gareel krijgen, maar de ziekte keert steeds onverbiddelijk terug. Uiteindelijk bezwijken de patiënten toch, meestal aan een infectie of bloeding. Ontspoorde B-cellen te lijf
Na binding van rituximab aan het CD20-antigen kan de natuurlijke afweer van het lichaam lymfomen opruimen die ongevoelig blijken voor cytostatica, zo was de gedachte van Grillo-Lopez. Dat rituximab ook gezonde B-cellen zou aantasten maakt niet uit, want de stamcellen in het beenmerg hebben geen CD20 op hun oppervlak en maken na de behandeling vanzelf weer nieuwe B-cellen aan. Uitzonderlijk (duur)
IDEC moet echter een zucht van verlichting hebben geslaakt omdat het bedrijf financieel bijna aan de grond zat door het onderzoek. Het kon zich per patiënt maximaal vier injecties in een jaar veroorloven, zo duur was het middel. Alles bij elkaar telde IDEC zo'n zeshonderd miljoen dollar neer voor de registratiestudie. Moeizame onderhandelingen
Wat de Nederlanders onderzochten
Bekend was alleen dat zo'n aanpak in elk geval niet extra toxisch (giftig, red.)was voor patiënten. 'En ten tweede wilden we weten hoe lang de lymfomen zouden wegblijven als we patiënten na chemotherapie, al dan niet gecombineerd met rituximab, aansluitend een onderhoudsbehandeling zouden geven waarbij ze twee jaar lang eens in de drie maanden een infuus met rituximab kregen.' Om betrouwbare conclusies te kunnen trekken, waren er zeshonderd patiënten nodig voor de trial. Dat betekende dat de studie internationaal van opzet moest zijn, want anders zou het te lang duren voor er voldoende deelnemers gevonden waren. In het begin liep de studie slecht omdat in enkele Europese landen de lokale vestiging van farmaceut Roche, dat de Europese licentie voor rituximab bezit, pas na moeizame onderhandelingen bereid bleek het middel gratis af te staan. Vier injecties kosten namelijk achtduizend euro. 'We hebben een aantal keer overwogen of we niet beter konden stoppen, maar twee jaar na de start van de trial deed ook de Canadese lymfoom studiegroep mee en ging het ineens hard', zegt Van Oers. Uiteindelijk leverden 130 centra uit 18 verschillende landen patiënten voor de studie. Ethische consequenties
Van Oers en Hagenbeek stuurden vervolgens een aangepaste versie van de studieopzet voor goedkeuring langs de medisch-ethische commissies. Dat proces kostte zo veel tijd dat ze werden ingehaald door de resultaten van een nieuwe tussentijdse analyse door de stuurgroep. Spectaculaire resultaten
Onmogelijke situaties
Kregen ze in eerste instantie chemotherapie én rituximab maar geen nabehandelingen dan bleef de ziekte 23 maanden weg, maar mét onderhoudsbehandeling steeg dat tot gemiddeld 52 maanden. 'De onderhoudsbehandeling levert dus in elk geval ongeveer tweeëneenhalf jaar extra ziektevrije overleving op', zegt Van Oers. Daarnaast bleek ze het risico op overlijden ten gevolge van het lymfoom ongeveer te halveren. Nog beter zou het uiteraard zijn als NHL-patiënten helemaal niet meer overlijden na een combinatietherapie en aansluitend een onderhoudsbehandeling met rituximab. Eventuele genezing?
Hoe het gebruikt gaat worden
Gezien de prijs van de injecties kan de therapie zwaar gaan drukken op de ziekenhuisbudgetten. Een kliniek die in een jaar honderd patiënten behandelt, moet zo'n 160.000 euro bijdragen. Dat zijn zulke hoge bedragen dat sommige ziekenhuisdirecties wellicht geneigd zullen zijn om een limiet te stellen aan het voorschrijven van rituximab (en andere dure medicijnen), om binnen het budget te kunnen blijven. 'Dat veroorzaakt onmogelijke situaties in de spreekkamer, waar je patiënten en hun behandelaars niet mee mag opzadelen', vindt Van Oers. 'Het wordt hoog tijd dat de overheid een betere regeling bedenkt voor het gebruik van dure medicijnen in de gezondheidszorg.' Het originele artikel verscheen eerder in AMC Magazine, februari 2006, het magazine van het AMC te Amsterdam. Laatst bijgewerkt op 14 juni 2006
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|