Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Stamcellen
 ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: tekst Embryonale cellen
 ikoontje: tekst Hart
 ikoontje: film Hartinfarct
 ikoontje: tekst Ziekte van Hurler
 ikoontje: film Ziekte van Hurler
 ikoontje: tekst Kanker
 ikoontje: tekst Lymfeklierkanker
 ikoontje: tekst Spierherstel
 ikoontje: tekst Stamcelbronnen
 ikoontje: tekst Stamcelopslag
 ikoontje: tekst Transplantatie

 Brochures over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


Stamcellen helpen beschadigd hart

Sent Wierda
Met dank aan Hartezorg, magazine van Stichting Hoofd Hart en Vaten

De indrukwekkendste medische ontwikkeling van de afgelopen jaren kan worden omschreven met één woord: stamcellen. Het lijkt een toverwoord, maar dat is het (nog) zeker niet. Dat zegt prof.dr. Pieter Doevendans, de medicus in ons land met de meeste kennis op dit gebied. Hij zegt dat de nodige voorzichtigheid op zijn plaats is.


'Stamcellen hebben veel potentie, maar waar is het bewijs? Er is nog geen bewijs.'

Vandaar dat zijn suggestie voor de kop boven dit artikel is: 'Stamcellen helpen beschadigd hart'. Het werkwoord 'helpen' is volgens hem op dit moment meer van toepassing dan 'oplossen', 'repareren' of 'alles kunnen'. Hij heeft zich geërgerd aan een kop in 'De Telegraaf' in maart van dit jaar: 'Beenmergcel geneest hart': 'Die kop gaat te ver. Je moet de mensen niet gek maken. Je kunt zeggen dat het veilig is, maar je kunt niet zeggen dat het werkt.'

ikoontje: map Stamcellen

ikoontje: film Interview met cardioloog Pieter Doevendans
Doevendans vertelde op 17 oktober 2005 over de stand van zaken in het onderzoek naar de toepassing van stamcellen bij de behandeling van een hartinfarct.

ikoontje: tekst Klinisch onderzoek naar stamcellen
Meer over de Hebe-trial, het klinisch onderzoek naar het effect van beenmergstamcellen op het herstel na een hartinfarct.


Bevindingen
Doevendans is moleculair cardioloog en hoogleraar translationele cardiologie (onderzoekscardiologie). In zijn kamer in het Hart-Long Centrum Utrecht (HLCU) van het Universitair Medisch Centrum Utrecht vertelt hij over zijn onderzoek naar de mogelijkheden om stamcellen te gebruiken om het hart te versterken.

'Ik houd mij onder andere bezig met de therapie voor mensen met ernstig hartfalen: het vervangen van beschadigd hartspierweefsel door nieuw spierweefsel. Vooral patiënten bij wie de knijpkracht van het hart zo slecht is dat een betere doorbloeding onvoldoende oplevert, hebben hier baat bij.

De zogenaamde 'cardiac progenitor' cel, dit is de voorloper van de hartspiercel, speelt een belangrijke rol. Daarentegen is gebleken dat de beenmergcel zich niet laat dwingen tot omvorming tot hartspiercel. Ik vermoed dat beenmergcellen hooguit nieuwe bloedvaten vormen.'

Hij verduidelijkt het probleem met de beenmergcel: 'Als je vroeger een hartaanval kreeg, dan kreeg je te maken met afsterving van het totale gebied van de afsluiting. Tegenwoordig kunnen we via trombolyse en dotteren de grootte van het infarct halveren. Dat is een fors resultaat. Maar als je bovendien een medicamenteuze behandeling of stamceltherapie uit eigen beenmerg toepast dan levert dat maar een beetje extra winst op.'


Stamcellen uit het hart
'Vandaar dat we ons richten op stamcellen uit het hart: die isoleren we, kweken ze op tot grote aantallen en veranderen ze in hartspiercellen. De eerste proefdiertesten, met muizen, zijn in volle gang. In een volgend experiment wekken we een infarct op bij muizen. Een aantal weken later injecteren we de cellen en kijken we of de functie van het hart verbetert.

Als alles lukt, gaan we over op varkens. De grootte van het varkenshart is vergelijkbaar met dat van een mens, dus als bij varkens de hartfunctie veilig te verbeteren is met grote aantallen cellen, kunnen we naar de kliniek om het bij mensen toe te passen. Dat duurt waarschijnlijk nog circa twee jaar.'

Hij wijst er op dat er wel veel haken en ogen zitten aan de toepassing van hartstamcellen. 'Zo mogen de eigenschappen van de stamcel niet veranderen tijdens het opkweken dat twee à drie maanden duurt. En eenmaal in het beschadigde hart moeten de cellen zich zodanig aanpassen aan hun omgeving dat de prikkelgeleiding niet verstoord raakt.

Het injecteren in het hart kan gebeuren in meerdere sessies: afhankelijk van de plaats van de beschadiging. De toedieningsvorm is trouwens erg belangrijk: hoe krijgen we de meeste cellen op de juiste plek? Want een injectie is te lokaal. We moeten de juiste toedieningsvorm nog zien te vinden.'

Bij aspirant harttransplantatiepatiënten kan al een bescheiden praktijkproef worden verwezenlijkt. De twee transplantatiecentra, Utrecht en Rotterdam, hebben toestemming om per jaar 15 patiënten te voorzien van een zogenoemde LVAD of steunhart, in afwachting van een transplantatie.

Doevendans: 'Bij patiënten die een LVAD krijgen, kun je bij het inbrengen van de pomp de gebieden markeren waar je stamcellen inspuit. Die gebieden kun je uit het hart nemen, als patiënten een transplantatie hebben ondergaan. Vervolgens kijk je wat er precies met de cellen is gebeurd. Zijn het hartspiercellen geworden, bloedvaatjes of is er wellicht niets meer van te vinden?'

ikoontje:tekst Meer over het Hebe onderzoek: een ander klinisch onderzoek waarbij stamcellen uit het beenmerg worden ingespoten in de hartspier direct na een acuut hartinfarct.


De praktijk
Hoewel het toepassen van stamcellen nog een aantal vraagtekens oproept, weet Doevendans dat de praktijk soms gunstiger uitpakt dan verwacht. 'De dotterbehandeling is op een zeker moment ook toegepast bij mensen. Als we alleen naar de experimenten met proefdieren hadden gekeken, was de therapie nooit in de kliniek terechtgekomen. Bij sectie van behandelde dieren is te zien hoeveel vaatschade het opblazen van een ballonnetje meebrengt, maar blijkbaar kan het menselijk lichaam dit aan.'

Onverdroten gaat Doevendans door met zijn onderzoek, waar hij veel arbeidsvreugde aan beleeft. 'Het is heel leuk. Ik vind het een genot en een eer om het te doen.'

Het originele artikel verscheen eerder in Hartezorg, september 2005 , het magazine van Stichting Hoofd Hart en Vaten.

Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2005


 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.