|
|
|
Meer info...
|
Stamcellen helpen beschadigd hartSent WierdaMet dank aan Hartezorg, magazine van Stichting Hoofd Hart en Vaten De indrukwekkendste medische ontwikkeling van de afgelopen jaren kan worden omschreven met één woord: stamcellen. Het lijkt een toverwoord, maar dat is het (nog) zeker niet. Dat zegt prof.dr. Pieter Doevendans, de medicus in ons land met de meeste kennis op dit gebied. Hij zegt dat de nodige voorzichtigheid op zijn plaats is. 'Stamcellen hebben veel potentie, maar waar is het bewijs? Er is nog geen bewijs.' Vandaar dat zijn suggestie voor de kop boven dit artikel is: 'Stamcellen helpen beschadigd hart'. Het werkwoord 'helpen' is volgens hem op dit moment meer van toepassing dan 'oplossen', 'repareren' of 'alles kunnen'. Hij heeft zich geërgerd aan een kop in 'De Telegraaf' in maart van dit jaar: 'Beenmergcel geneest hart': 'Die kop gaat te ver. Je moet de mensen niet gek maken. Je kunt zeggen dat het veilig is, maar je kunt niet zeggen dat het werkt.'
Bevindingen
'Ik houd mij onder andere bezig met de therapie voor mensen met ernstig hartfalen: het vervangen van beschadigd hartspierweefsel door nieuw spierweefsel. Vooral patiënten bij wie de knijpkracht van het hart zo slecht is dat een betere doorbloeding onvoldoende oplevert, hebben hier baat bij. De zogenaamde 'cardiac progenitor' cel, dit is de voorloper van de hartspiercel, speelt een belangrijke rol. Daarentegen is gebleken dat de beenmergcel zich niet laat dwingen tot omvorming tot hartspiercel. Ik vermoed dat beenmergcellen hooguit nieuwe bloedvaten vormen.' Hij verduidelijkt het probleem met de beenmergcel: 'Als je vroeger een hartaanval kreeg, dan kreeg je te maken met afsterving van het totale gebied van de afsluiting. Tegenwoordig kunnen we via trombolyse en dotteren de grootte van het infarct halveren. Dat is een fors resultaat. Maar als je bovendien een medicamenteuze behandeling of stamceltherapie uit eigen beenmerg toepast dan levert dat maar een beetje extra winst op.' Stamcellen uit het hart
Als alles lukt, gaan we over op varkens. De grootte van het varkenshart is vergelijkbaar met dat van een mens, dus als bij varkens de hartfunctie veilig te verbeteren is met grote aantallen cellen, kunnen we naar de kliniek om het bij mensen toe te passen. Dat duurt waarschijnlijk nog circa twee jaar.' Hij wijst er op dat er wel veel haken en ogen zitten aan de toepassing van hartstamcellen. 'Zo mogen de eigenschappen van de stamcel niet veranderen tijdens het opkweken dat twee à drie maanden duurt. En eenmaal in het beschadigde hart moeten de cellen zich zodanig aanpassen aan hun omgeving dat de prikkelgeleiding niet verstoord raakt. Het injecteren in het hart kan gebeuren in meerdere sessies: afhankelijk van de plaats van de beschadiging. De toedieningsvorm is trouwens erg belangrijk: hoe krijgen we de meeste cellen op de juiste plek? Want een injectie is te lokaal. We moeten de juiste toedieningsvorm nog zien te vinden.' Bij aspirant harttransplantatiepatiënten kan al een bescheiden praktijkproef worden verwezenlijkt. De twee transplantatiecentra, Utrecht en Rotterdam, hebben toestemming om per jaar 15 patiënten te voorzien van een zogenoemde LVAD of steunhart, in afwachting van een transplantatie. Doevendans: 'Bij patiënten die een LVAD krijgen, kun je bij het inbrengen van de pomp de gebieden markeren waar je stamcellen inspuit. Die gebieden kun je uit het hart nemen, als patiënten een transplantatie hebben ondergaan. Vervolgens kijk je wat er precies met de cellen is gebeurd. Zijn het hartspiercellen geworden, bloedvaatjes of is er wellicht niets meer van te vinden?'
De praktijk
Onverdroten gaat Doevendans door met zijn onderzoek, waar hij veel arbeidsvreugde aan beleeft. 'Het is heel leuk. Ik vind het een genot en een eer om het te doen.' Het originele artikel verscheen eerder in Hartezorg, september 2005 , het magazine van Stichting Hoofd Hart en Vaten. Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2005
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|