Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Stamcellen
 ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: tekst Embryonale cellen
 ikoontje: tekst Hart
 ikoontje: film Hartinfarct
 ikoontje: tekst Ziekte van Hurler
 ikoontje: film Ziekte van Hurler
 ikoontje: tekst Kanker
 ikoontje: tekst Lymfeklierkanker
 ikoontje: tekst Spierherstel
 ikoontje: tekst Stamcelbronnen
 ikoontje: tekst Stamcelopslag
 ikoontje: tekst Transplantatie

 Brochures over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


Stamceltherapie moet amputatie voorkomen

Pieter Lomans
Met dank aan Uniek, UMC Utrecht

Stamcellen uit eigen beenmerg stimuleren de reparatie van beschadigde bloedvaten. Steeds vaker krijgen patiënten met ernstig vaatlijden daarom stamcellen ingespoten. Deze experimentele behandeling moet een naderende amputatie van een teen of been voorkomen. Omdat er nog maar weinig gedegen onderzoek naar deze behandeling is gedaan, voert het UMC Utrecht nu samen met ziekenhuizen in de regio de Juventas-studie uit.

Bloedvaten zijn levensaders. Ze voorzien het lichaam van zuurstof en voedingsstoffen. Bij patiënten met ernstig vaatlijden functioneren de bloedvaten erg slecht. In tenen en benen wordt het zuurstofgebrek soms zo groot, dat ze afsterven en zwart worden. Vaatchirurg Frans Moll: ‘In zo’n vergevorderd stadium kunnen we die lichaamsdelen eigenlijk alleen maar amputeren. Een therapie hebben we niet.’

Wegenwacht
Eind jaren negentig ontdekten onderzoekers dat beschadigde bloedvaten niet uitsluitend worden gerepareerd door de cellen die in de vaatwand aanwezig zijn. Marianne Verhaar, internist vasculaire geneeskunde: ‘Er bleken via de bloedbaan ook speciale cellen vanuit het beenmerg naar de beschadigde vaten af te reizen. Deze zogeheten endotheel progenitor cellen (EPC’s) zijn in feite stamcellen, die komen helpen bij de reparatiewerkzaamheden.’

De ontdekking van deze wegenwacht in het beenmerg – die beschadigingen repareert en zonodig nieuwe vaatjes maakt – leidde tot veel enthousiasme en nieuw onderzoek. Bij proefdieren werd keer op keer vastgesteld dat het principe klopte. Beschadigde vaatjes in muizen en ratten herstelden veel sneller met de EPC-stamcellen dan zonder. De successen bij dieronderzoek stimuleerden een snelle toepassing bij de mens. In 2002 meldde een Japanse onderzoeksgroep in het medisch vakblad The Lancet de eerste positieve resultaten bij de mens. De groep had bij enkele patiënten – bij wie een amputatie van voet of been onvermijdelijk was – stamcellen in de beenspieren gespoten. De resultaten waren opvallend goed. Bijna zwarte tenen raakten beter doorbloed en sommige patiënten konden weer een stukje lopen. Daarna hebben andere groepen in kleine studies vrijwel voortdurend goede resultaten gemeld na zo’n stamceltherapie.


Dubbelblind
‘Jammer genoeg voldoen de onderzoeken niet aan de meest optimale standaard’, zegt Verhaar. ‘De betrouwbaarste gegevens krijg je namelijk via een dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek.’ Placebogecontroleerd wil zeggen dat de ene helft van de patiënten een ‘nepmiddel’ krijgt en de andere helft een behandeling met stamcellen. Dubbelblind betekent dat zowel de patiënten als de artsen niet weten of een patiënt het nepmiddel of de stamcellen krijgt ingespoten.

Moll: ‘In Utrecht hebben we nu voor het eerst zo’n onderzoek opgezet: de Juventas-studie. We werken daarbij als Vaatcentrum nauw samen met de Gen- en Celtherapie Faciliteit. Dit hooggespecialiseerde laboratorium haalt de stamcellen uit het beenmerg en kweekt ze verder op. Daarnaast hebben we een uitgebreid netwerk van vaatchirurgen in ziekenhuizen in de wijde omgeving, die uitbehandelde patiënten naar ons kunnen doorverwijzen. Arts-onderzoeker Ralf Sprengers verzamelt en presenteert de gegevens van deze potentiële patiënten tijdens een algemene bespreking in ons Vaatcentrum. In die bespreking, waar ook de behandelend artsen van andere ziekenhuizen bij kunnen zijn, bepalen we of de patiënt kan meedoen of niet.’


Nepmiddel
Inmiddels zijn al twintig patiënten volgens het protocol behandeld. Sprengers: ‘Bij de behandeling spuiten we een vloeistof in de slagader van het zieke been. De vloeistof wordt gekleurd met bloed van de patiënt zodat de spuit, die we direct van het laboratorium krijgen, er altijd hetzelfde uitziet.Zo weten we niet in welke spuit werkelijk stamcellen zitten. Na de behandeling brengen we in kaart hoe het lichaam van de patiënt reageert. Neemt de doorbloeding in teen of been toe? Kan de patiënt weer een stukje lopen? Enzovoort.’

Op deze manier worden de komende drie tot vijf jaar uiteindelijk honderd tot honderdvijftig patiënten behandeld. Moll: ‘We weten niet precies hoeveel patiënten nodig zijn voor een beslissend antwoord op onze vraag. Daarom kijkt een onafhankelijke commissie voortdurend over onze schouder naar de resultaten. Zodra een duidelijk verschil tussen beide patiëntengroepen ontstaat, kan de commissie het onderzoek stopzetten. Terecht. Als we het antwoord op onze vraag hebben, is verder onderzoek niet nodig. Stel dat de stamcelbehandeling inderdaad werkt, dan kunnen we de patiënten die een nepmiddel kregen alsnog gaan behandelen. De opgekweekte stamcellen van deze patiënten hebben we namelijk ingevroren. We kunnen dus meteen aan de slag.’


Fitness
In de Juventas-studie wordt het patiëntenonderzoek gecombineerd met fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Waarom? ‘Omdat we precies willen weten waarom bij deze patiënten de vaatreparatie mislukt’, zegt Verhaar. ‘Normaal gesproken verlaten de stamcellen het beenmerg, reizen ze naar de plaats van de schade om ter plekke de zaak te repareren. Dat kunnen patiënten met ernstig vaatlijden niet meer. Waarom niet? In de Juventas-studie onderzoeken we of dit probleem is op te lossen met een taxi. In feite stoppen we een verzameling stamcellen in een taxi om ze daarna naar hun werkplek te rijden.’

Het is alleen de vraag of de vaatpatiënten daadwerkelijk kampen met een vervoersprobleem. Misschien zijn hun stamcellen nog mobiel genoeg, maar hebben ze juist te weinig reparatiekracht. Verhaar: ‘In dat geval is er geen taxi nodig, maar moeten we de stamcellen naar fitness sturen of ze een tijdje opsluiten in een krachthonk. Met de Juventasstudie proberen we daar ook meer inzicht in te krijgen.’

Meer informatie
Vaatartsen en patiënten die geïnteresseerd zijn in het onderzoek, kunnen contact opnemen met arts-onderzoeker Ralf Sprengers, secretariaat Vaatchirurgie UMC Utrecht, (088-7556965) of internist Marianne Verhaar, (088-7559815).


Het originele artikel verscheen eerder in Uniek, nr. 1 januari 2008, het magazine van het UMC te Utrecht

Laatst bijgewerkt op 21 februari 2008

 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.