|
|
|
Meer info...
|
Wereldwijde griepHuup DassenMet dank aan Triakel, UMC Groningen Virologen in het UMCG spelen onder leiding van prof. dr. Jan Wilschut en dr. Anke Huckriede een vooraanstaande rol bij de ontwikkeling van een vaccin dat bescherming moet bieden tegen de gevreesde H5N1-variant van het griepvirus. Nog komt dit virus vrijwel uitsluitend bij vogels voor. Er zijn wel mensen besmet geweest en eraan doodgegaan, maar totnogtoe is hun aantal gering. Dat kan veranderen als het virus zodanig verandert dat besmetting van mens tot mens gemakkelijker wordt. De kans op een pandemie
Volgens Wilschut en Huckriede is de kans op een pandemie groot, maar hoeft het gevreesde H5N1-virus daar niet per se de oorzaak van te zijn. Dit virus kan weliswaar mensen infecteren en ernstig ziek maken, maar het besmettingsgevaar is vooralsnog niet groot.
Onvoorspelbaar
Milde vorm
Het is daarom denkbaar dat een variant van het H5N1-virus die makkelijk van mens op mens wordt overgedragen, tegelijkertijd een mildere vorm van de griep veroorzaakt.'
Het griepvirus
Het influenzavirus bestaat uit een kern met het erfelijk materiaal (RNA), omringd door een
lipidenmembraan waar eiwitmoleculen uitsteken. De belangrijkste daarvan zijn hemagglutinine (H, blauw) en
neuraminidase (N, groen). Bij een infectie reageert het immuunsysteem primair op deze eiwitten met de vorming
van antistoffen. Deze zijn specifiek voor de in het virus aanwezige typen H en N. Van H zijn 16 typen
bekend, van N negen. Al deze typen komen in verschillende combinaties bij vogels voor.
De gevreesde Aziatische vogelgriep-variant wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door een H5N1-virus, bij de vogelpestepidemie in Nederland in 2003 ging het om een H7N7-virus. De meeste gevallen van griep bij mensen worden tegenwoordig veroorzaakt door H3N2- en H1N1-virussen. Voor de afweer tegen griepvirussen zijn vooral antistoffen tegen het hemagglutinine van belang, omdat dit het eiwit is waarmee het virus zich aan de cellen van de luchtwegen hecht. De antistoffen maken dit onmogelijk. Bij de vaccinbereiding ligt het accent dan ook op het oproepen van antistoffen tegen de heersende H-variant. Griepvirussen kunnen zich heel snel aan hun omgeving aan passen. Dat leidt niet alleen tot het ontstaan van verschillende types, maar ook tot veranderingen daarbinnen. Zo wijkt het huidige H5N1-vogelgriepvirus duidelijk af van de versie die in 1997 in Hong Kong opdook, al is het nog steeds een H5-virus Varianten
Geen weerstand
Mengvorm
Jumbojet
Behandelmogelijkheden
Antivirale middelen
'Berekend is dat 25 tot 75 procent van de sterfgevallen wordt voorkomen. Dan sterven er nog altijd duizenden mensen. Daar staat tegenover dat de overlevers weerstand zullen hebben opgebouwd. Daardoor valt een van de 'motoren' van de pandemie stil.' Beide virologen zijn dan ook blij dat de regering heeft besloten om vijf miljoen kuren antivirale middelen te bestellen. Het op peil brengen van de voorraden is echter niet genoeg. 'Er moet ook een goed scenario komen om te bepalen wanneer je deze middelen inzet en wie ervoor in aanmerking komen', meent Huckriede. 'Als je te vroeg begint, zijn ze nog niet effectief en als je te laat bent, heeft het virus zich al te veel verspreid. Je moet ze meteen geven aan mensen zodra de eerste griepverschijnselen opduiken, maar ook aan degenen die met de patiënt in contact waren. Dan bereik je met zo weinig mogelijk kuren een zo groot mogelijk resultaat.' Wilschut: 'De overheid moet daarnaast ook bedenken hoe ze omgaat met de maatschappelijke onrust die een pandemie veroorzaakt. Wat doe je als er zo'n run op de beschikbare vaccins en medicijnen ontstaat, dat die een effectieve bestrijding in de weg staat?' 'Oud' vaccin
Celcultuur
Daarnaast zou het mooi zijn als we de ongetwijfeld beperkte vaccinvoorraad over zo veel mogelijk mensen kunnen verdelen door lagere doses per vaccinatie toe te passen. Maar het vaccin moet wel effectief blijven. We zoeken daarom naar methoden om de werking van kandidaat-vaccins te versterken met behulp van een immuunstimulator of adjuvans.' 'Het mes snijdt dan aan twee kanten', stelt Wilschut. 'Je krijgt een betere opbouw van antistoffen en je kunt meer mensen vaccineren. We richten ons nu vooral op een 'klassiek' vaccin, gebaseerd op geïnactiveerd virus en niet, zoals tegenwoordig, op gezuiverd viruseiwit. Dat 'oude' vaccin werkt behoorlijk goed, maar heeft bijwerkingen, zoals irritatie op de injectieplaats of een beetje koorts. Voor de jaarlijkse griepprik is dat niet acceptabel, maar bij een pandemie ligt dat natuurlijk anders. Er bestaan wel kandidaat H5-vaccins gebaseerd op gezuiverd viruseiwit, maar die zijn niet erg effectief en vergen tenminste twee prikken. Die zijn mede daardoor minder geschikt voor toepassing bij een pandemie. Vandaar dat we weer terug zijn bij het 'ouderwetse' vaccin. Als we dit kunnen maken in celkweken zitten er overigens minder onzuiverheden in en ontstaan wellicht minder bijwerkingen.'
Vaccinbereiding
Jaarlijks worden in oktober en november duizenden ouderen, chronisch zieken en mensen met een verzwakte afweer ingeënt tegen griep. Het vaccin wordt gemaakt op basis van virusstammen die naar verwachting in het komende griepseizoen zullen heersen. Elk jaar moet dan ook een ander vaccin worden gemaakt. Kippenei
Het originele artikel verscheen eerder in Triakel, nummer 4, 14 oktober 2005, het magazine van het UMC Groningen. Laatst bijgewerkt op 5 februari 2006
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|