Logo Erfocentrum
Meer info...

 ikoontje: map Antistoffen
 ikoontje: nieuws Nieuws

 ikoontje: nieuws Astma
 ikoontje: tekst Botafbraak
 ikoontje: nieuws Darmontsteking
 ikoontje: tekst Diabetes type 1
 ikoontje: tekst Reuma
 ikoontje: nieuws Malaria
 ikoontje: map Vaccinatie
 ikoontje: nieuws Roken
 ikoontje: nieuws Vogelgriep
 ikoontje: film Vogelgriep

 Folders over biomedisch onderzoek

home  |  nieuws  |  stel een vraag  |  publicaties  |  deze site  |  sitemap

Maak een print van deze pagina


Wereldwijde griep

Huup Dassen
Met dank aan Triakel, UMC Groningen

Virologen in het UMCG spelen onder leiding van prof. dr. Jan Wilschut en dr. Anke Huckriede een vooraanstaande rol bij de ontwikkeling van een vaccin dat bescherming moet bieden tegen de gevreesde H5N1-variant van het griepvirus. Nog komt dit virus vrijwel uitsluitend bij vogels voor. Er zijn wel mensen besmet geweest en eraan doodgegaan, maar totnogtoe is hun aantal gering. Dat kan veranderen als het virus zodanig verandert dat besmetting van mens tot mens gemakkelijker wordt.


De kans op een pandemie
De dreiging van een wereldwijde influenzapandemie lijkt op een naderend onweer, met zwermen trekvogels in de rol van donderkop. Waait het over of zitten we er straks middenin? De voortekenen zijn niet gunstig. 'Het is niet de vraag of de pandemie komt, maar wanneer', is de boodschap die voortdurend over ons uitgestort wordt.

Volgens Wilschut en Huckriede is de kans op een pandemie groot, maar hoeft het gevreesde H5N1-virus daar niet per se de oorzaak van te zijn. Dit virus kan weliswaar mensen infecteren en ernstig ziek maken, maar het besmettingsgevaar is vooralsnog niet groot.

ikoontje: film Interview met Nederlands Viroloog Ab Osterhaus
Alles over de vogelgriep

Onvoorspelbaar
'In de gebieden waar het virus rondwaart wonen tientallen miljoenen mensen. Er zijn, voor zover bekend, ongeveer 130 mensen mee geïnfecteerd. Dat is relatief erg weinig. Daar staat tegenover dat zeer onvoorspelbaar is wat het virus gaat doen. Zodra er een variant ontstaat die wel makkelijk mensen infecteert, is het pandemische virus daar.'

Milde vorm
Of een pandemisch H5N1-virus mensen net zo ziek zal maken als het huidige is echter niet voorspelbaar, meent Huckriede: 'Bij alle pogingen om te achterhalen waarom het ene virus virulenter is dan het andere blijkt dat virulentie altijd het gevolg is van een samenspel van verschillende virale eiwitten.

Het is daarom denkbaar dat een variant van het H5N1-virus die makkelijk van mens op mens wordt overgedragen, tegelijkertijd een mildere vorm van de griep veroorzaakt.'

Het griepvirus
InfluenzaHet influenzavirus bestaat uit een kern met het erfelijk materiaal (RNA), omringd door een lipidenmembraan waar eiwitmoleculen uitsteken. De belangrijkste daarvan zijn hemagglutinine (H, blauw) en neuraminidase (N, groen). Bij een infectie reageert het immuunsysteem primair op deze eiwitten met de vorming van antistoffen. Deze zijn specifiek voor de in het virus aanwezige typen H en N. Van H zijn 16 typen bekend, van N negen. Al deze typen komen in verschillende combinaties bij vogels voor.

De gevreesde Aziatische vogelgriep-variant wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door een H5N1-virus, bij de vogelpestepidemie in Nederland in 2003 ging het om een H7N7-virus. De meeste gevallen van griep bij mensen worden tegenwoordig veroorzaakt door H3N2- en H1N1-virussen. Voor de afweer tegen griepvirussen zijn vooral antistoffen tegen het hemagglutinine van belang, omdat dit het eiwit is waarmee het virus zich aan de cellen van de luchtwegen hecht. De antistoffen maken dit onmogelijk. Bij de vaccinbereiding ligt het accent dan ook op het oproepen van antistoffen tegen de heersende H-variant.

Griepvirussen kunnen zich heel snel aan hun omgeving aan passen. Dat leidt niet alleen tot het ontstaan van verschillende types, maar ook tot veranderingen daarbinnen. Zo wijkt het huidige H5N1-vogelgriepvirus duidelijk af van de versie die in 1997 in Hong Kong opdook, al is het nog steeds een H5-virus

Varianten
Wereldwijde griepepidemieën zijn niet zeldzaam. In de vorige eeuw zijn er drie geweest. De ergste was de Spaanse griep van 1918, toen het H1N1-virus zo'n 40 miljoen slachtoffers maakte, méér dan de op zijn eind lopende Eerste Wereldoorlog. De pandemieën van de Aziatische griep (H2N2) in 1957 en de Hong Kong griep (H3N2) in 1968 maakten ook veel slachtoffers, maar lang niet zoveel als de eerste.

Geen weerstand
Een pandemie wordt altijd veroorzaakt door een influenzavirus waartegen binnen de bevolking geen weerstand bestaat, domweg omdat de betreffende virusvariant nieuw is. Zo'n nieuwe variant is altijd afkomstig van een virus dat daarvoor al bij vogels circuleerde. Hij kan ontstaan uit virus dat rechtstreeks van vogels op mensen overspringt en zich vervolgens verder aan de menselijke gasteer aanpast. Dit gebeurde vermoedelijk in 1918.

Mengvorm
Het is echter ook mogelijk dat een nieuwe variant ontstaat wanneer een dier of een mens die al een 'gewoon' griepvirus bij zich draagt daarnaast besmet wordt met een 'exotisch' vogelvirus en er een mengvorm ontstaat die zowel zeer besmettelijk als zeer pathogeen is.

Jumbojet
Een belangrijk verschil met vroegere pandemieën is dat de verspreiding nu veel sneller zou kunnen gaan. Wilschut: 'Mensen die besmet zijn met influenza kunnen het virus al op anderen overdragen nog voordat ze zelf ziekteverschijnselen vertonen. Iemand kan dus ogenschijnlijk gezond in een jumbojet stappen, de halve wereld overvliegen en onderweg honderden medepassagiers besmetten.'

Behandelmogelijkheden
Er zijn echter ook minder somber stemmende verschillen met de situatie in 1918. Zo volgt de WHO de ontwikkelingen in diverse delen van de wereld op de voet. Eventuele uitbraken zijn daardoor heel snel op te sporen. Volgens modelberekeningen is het dan in principe mogelijk om deze met medicatie en quarantainemaatregelen onder controle te brengen. Bovendien bestaan er tegenwoordig vaccins en antivirale middelen. De inzet van vaccins vereist echter kennis over het type griepvirus dat de problemen veroorzaakt. Voor antivirale middelen is dit niet nodig; deze werken tegen alle influenzavirussen.

Antivirale middelen
Antivirale middelen kunnen niet voorkomen dat mensen ziek worden, maar zorgen er wel voor dat de ziekte milder verloopt. De verwachting is dan ook dat bij een pandemie het aantal mensen dat overlijdt er kleiner door wordt. Hoeveel kleiner is niet op voorhand te zeggen, want er is geen ervaring met het op grote schaal inzetten van deze middelen, aldus Wilschut.

ikoontje: film Interview met Nederlands Viroloog Ab Osterhaus
Hoe Tamiflu van pas zou kunnen komen

'Berekend is dat 25 tot 75 procent van de sterfgevallen wordt voorkomen. Dan sterven er nog altijd duizenden mensen. Daar staat tegenover dat de overlevers weerstand zullen hebben opgebouwd. Daardoor valt een van de 'motoren' van de pandemie stil.'

Beide virologen zijn dan ook blij dat de regering heeft besloten om vijf miljoen kuren antivirale middelen te bestellen. Het op peil brengen van de voorraden is echter niet genoeg. 'Er moet ook een goed scenario komen om te bepalen wanneer je deze middelen inzet en wie ervoor in aanmerking komen', meent Huckriede.

'Als je te vroeg begint, zijn ze nog niet effectief en als je te laat bent, heeft het virus zich al te veel verspreid. Je moet ze meteen geven aan mensen zodra de eerste griepverschijnselen opduiken, maar ook aan degenen die met de patiënt in contact waren. Dan bereik je met zo weinig mogelijk kuren een zo groot mogelijk resultaat.'

Wilschut: 'De overheid moet daarnaast ook bedenken hoe ze omgaat met de maatschappelijke onrust die een pandemie veroorzaakt. Wat doe je als er zo'n run op de beschikbare vaccins en medicijnen ontstaat, dat die een effectieve bestrijding in de weg staat?'

'Oud' vaccin
Het vaccinonderzoek van de Groningse virologen vindt plaats in het kader van het Nederlands Influenza Vaccin Research Centrum (NIVAREC), waarin ze samenwerken met collega's van het ErasmusMC Rotterdam en het farmaceutische bedrijf Solvay. Een belangrijke topic is de ontwikkeling van technologieën om snel op grote schaal effectieve vaccins te kunnen produceren zodra de nood aan de man is. Het accent ligt op de technologie, omdat niet bekend is tegen welk virus een vaccin moet komen.

Celcultuur
De vaccins moeten niet alleen snel en op grote schaal geproduceerd kunnen worden, maar ook zuinig in het gebruik zijn. Huckriede: 'Als je miljoenen mensen moet vaccineren moet je allereerst enorme hoeveelheden virus kweken. De benodigde schaalvergroting is mogelijk te realiseren door vaccins te bereiden in celcultures in plaats van in bebroede eieren (zie kader). We onderzoeken daarom welke bereidingswijze voor welke virusvariant de meest geschikte is.

ikoontje: film Interview met Nederlands Viroloog Ab Osterhaus
Stand van zaken onderzoek naar nieuw vaccin

Daarnaast zou het mooi zijn als we de ongetwijfeld beperkte vaccinvoorraad over zo veel mogelijk mensen kunnen verdelen door lagere doses per vaccinatie toe te passen. Maar het vaccin moet wel effectief blijven. We zoeken daarom naar methoden om de werking van kandidaat-vaccins te versterken met behulp van een immuunstimulator of adjuvans.'

'Het mes snijdt dan aan twee kanten', stelt Wilschut. 'Je krijgt een betere opbouw van antistoffen en je kunt meer mensen vaccineren. We richten ons nu vooral op een 'klassiek' vaccin, gebaseerd op geïnactiveerd virus en niet, zoals tegenwoordig, op gezuiverd viruseiwit.

Dat 'oude' vaccin werkt behoorlijk goed, maar heeft bijwerkingen, zoals irritatie op de injectieplaats of een beetje koorts. Voor de jaarlijkse griepprik is dat niet acceptabel, maar bij een pandemie ligt dat natuurlijk anders. Er bestaan wel kandidaat H5-vaccins gebaseerd op gezuiverd viruseiwit, maar die zijn niet erg effectief en vergen tenminste twee prikken. Die zijn mede daardoor minder geschikt voor toepassing bij een pandemie.

Vandaar dat we weer terug zijn bij het 'ouderwetse' vaccin. Als we dit kunnen maken in celkweken zitten er overigens minder onzuiverheden in en ontstaan wellicht minder bijwerkingen.'

Vaccinbereiding
Jaarlijks worden in oktober en november duizenden ouderen, chronisch zieken en mensen met een verzwakte afweer ingeënt tegen griep. Het vaccin wordt gemaakt op basis van virusstammen die naar verwachting in het komende griepseizoen zullen heersen. Elk jaar moet dan ook een ander vaccin worden gemaakt.

Kippenei
InfluenzaDe meest gebruikte vaccins zijn gezuiverde 'subunit' vaccins die de belangrijkste oppervlakte- eiwitten van het virus bevatten. De fabrikanten krijgen via de WHO monsters van de virussen waartegen het vaccin gemaakt moet worden. Deze worden geënt op bebroede kippeneieren. Het virus infecteert het embryo. De eieren worden drie dagen geïncubeerd bij temperaturen tussen 32 en 36 graden. In die periode hopen zich enorme hoeveelheden virus op in het allantoïsvocht, het 'vruchtwater' in een kippenei. Dit vocht wordt afgetapt waarna het virus wordt geïsoleerd, geïnactiveerd en gezuiverd. De H- en N-eiwitten worden vervolgens uit het geïnactiveerde virus gehaald en in een injectiespuit gedaan. Het vaccin is klaar voor gebruik.

Het originele artikel verscheen eerder in Triakel, nummer 4, 14 oktober 2005, het magazine van het UMC Groningen.

Laatst bijgewerkt op 5 februari 2006


 

Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566 0900-6655566
25 cent per minuut
ma. en do. 10:00 tot 15:00 uur
Telefoon Erfocentrum: 0900-6655566
Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl erfolijn@erfocentrum.nl Mail Erfocentrum: erfocentrum@erfocentrum.nl

© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie.

Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica.