|
|
|
Meer info...
|
Wet- en regelgevingOnderzoek naar medische biotechnologie staat veel in de belangstelling. Reikhalzend wordt uitgekeken naar nieuwe toepassingen en behandelingen. Veel mensen zijn echter ook bezorgd of de technieken die ontwikkeld worden wel gewenst zijn en of daar voldoende controle op is. De Europese en vooral ook de Nederlandse wet- en regelgeving rondom medische biotechnologie staan bekend als vrij streng, maar bieden ook ruimte aan wetenschappers om nieuw onderzoek te verkennen. Embryowet
Wet Veiligheid en Kwaliteit Lichaamsmateriaal
Het was volgens dit advies nog niet duidelijk of eigen stamcellen in de toekomst veel gebruikt zullen worden, dus hoeft de overheid deze opslag nog niet te organiseren, zoals dit voor publieke donorbanken het geval is. Wel werd aanbevolen om aan publieke en private banken dezelfde hoge kwaliteitseisen te stellen. In Nederland reguleert de Wet Veiligheid en Kwaliteit Lichaamsmateriaal de opslag van stamcellen en ander lichaamsmateriaal. Wet Bescherming Persoonsgegevens
Wetenschappers kunnen tegenwoordig met biotechnologische technieken de weefsels opnieuw onderzoeken en vergelijken met de opgeslagen medische gegevens. Het gebruik van patiëntengegevens is vastgelegd in de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Het College Bescherming Persoonsgegevens ziet erop toe dat de wet wordt nageleefd. Een andere kwestie die speelt is of patiënten of hun familie ook een deel van de winst moeten krijgen wanneer bedrijven geld verdienen met de gevonden kennis. Over dit soort zaken wordt de laatste jaren veel gediscussieerd. Daarnaast heeft de regering aan de Tweede Kamer toegezegd om een wetsvoorstel over de zeggenschap van lichaamsmateriaal te maken, waarin bepaald wordt wat onderzoekers wel en niet met afgenomen bloed of weefsels mogen doen. Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek bij mensen
Dit geldt ook wanneer onderzoekers in Nederland wetenschappelijk onderzoek willen doen met embryo's. De commissie heeft een zelfstandige status en heeft een wettelijke basis in de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. De CCMO bestaat onder meer uit artsen, juristen en ethici. EMEA
Wet op de Dierproeven
Deze commissie beoordeelt bij elke aanvraag voor wetenschappelijk onderzoek (en dus niet voor het testen van een geneesmiddel) of er niet teveel dieren worden gebruikt en ook of er geen alternatieven zijn. Nieuwe geneesmiddelen moeten sowieso wettelijk verplicht eerst getest worden op proefdieren voordat ze ook op mensen getest mogen worden. De naleving van de Wet op de Dierproeven wordt in Nederland gecontroleerd door de Voedsel en Waren Autoriteit Wet op bijzondere medische verrichtingen
Daaraan is toegevoegd dat het niet alleen gaat om de proefpersoon of patient, maar ook om zijn omgeving en daarmee de volksgezondheid. Besluit Genetisch Gemodificeerde Organismen (GGO’s)
De vergunningen worden afgegeven op grond van het Besluit Genetisch Gemodificeerde Organismen. Bij het verlenen van vergunningen vraagt het ministerie advies aan de Commissie Genetische Modificatie (COGEM). Ethiek van genetische modificatie bij dieren
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer dieren worden ingezet om recombinant DNA geneesmiddelen te maken. Meestal gaat het echter om muizen die worden gebruikt om de functie van genen te onderzoeken, zogenaamde "knock-out muizen". Deze dieren krijgen dan een extra gen, of er wordt er juist één uitgeschakeld, waarna wordt onderzocht wat daarvan de gevolgen zijn en welke rol het uitgeschakelde (of toegevoegde) gen speelt in het te onderzoeken proces. Eelco Soeteman
© Stichting Erfocentrum 2001-2010 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid en Medische biotechnologie. Het Erfocentrum wordt gesubsidieerd door het Ministerie van VWS en de Centra voor Klinische Genetica. |
|